De Jean De Bondt Classic

Zes uur maandagmorgen, nog geen letter op papier van het verslag van onze traditionele Jean De Bondt Classic. Voor dat alle prachtige details en mooie herinneringen vervliegen door toedoen van een dosis Orval op zondag, zetten we ons er hier maar aan. Maanden geleden werd reeds een datum geprikt om één van deze hoogdagen van het seizoen vast te leggen. Dat het nu net samen viel met Faubourg kermis in Baardegem, trok een dubbele streep door de rekening van drie van onze leden. De Scalle, Dirk en Yves, eigenlijk Baardegemse transmigranten die in Meldert fietsen, hadden begrijpelijk andere verplichtingen dan met de rest een bezoekje te brengen aan het stamcafé van wijlen Frank Vandenbroucke. Ik heb nog rap de juiste schrijfwijze moeten opzoeken want onze Minister van Irritante Zaken leeft wel nog.


Jo “créateur des routes” kreeg van Jean de opdracht een heroïsche rit uit te tekenen met start en aankomst in café Berghof te Steenhuize-Wijnhuize. Allemaal goed en wel maar ge moet er wel eerst geraken. Met tien verzamelden wij op deze extreem frisse zondagmorgen bij een temperatuur van 9 graden om 07:30 aan het lokaal. Sorry voor de omwonenden, dat we jullie voor één keer een uur vroeger hebben wakker gemaakt. Een heenrit van 27 km moest ons tot aan de officiële start brengen, waar Toffe Joris zich zou laten afzetten door dochterlief en van daaruit meefietsen. Ook Jeanke zelf die een boogscheut verder woont stond ons bij de aankomst op te wachten, met een vat sportdrank waar een gans peloton zijn bidon zou kunnen mee vullen. Hij had Claudy, uitbater van het koers ademend café, zo ver gekregen op te staan voor ons. De heenrit bevatte trouwens hier en daar al een puist als opwarming, en het bleek dat onze Carsten trouw ging blijven aan “zijn eigen tempo”, waarbij hij zinnens was de steilste hellingen te beklimmen zonder zijn hartslag hoger te laten komen dan 110, want het was al eens wachten op onze jongeling. En ge kunt moeilijk op ieder helling een pisken doen, een boterham met beenhesp eten of een boomken belotten in afwachting van Carsten.


Eens we in Steenhuize-Wijhuize de bidons hadden gevuld, de pikuren hadden gestoken en onze gepersonaliseerde zakjes met geprepareerde Wine Gums hadden ontvangen, trokken we op weg richting “de Walen”. De Jo had zijn uiterste best gedaan om enkele legendarische hellingen, maar ook weer niet te veel, in het parcours te steken. Maar zonder de geklasseerde hellingen, ging het parcours ook al meer dan goed op en af. Kort bij Everbeek, maar of het nu Everbeek Beneden of Boven was, dat laat ik in het midden, hakte de “Fayte” er al eens heel goed in. Een eerste keer moest de kleine plateau worden aangesproken. Hierna doken we de taalgrens over naar Flobeq of Vloesberg in het schoon Vlaams. Volgens Joris hadden we geluk dat het de week ervoor de wereldberoemde rommelmarkt was geweest, want er zou geen doorkomen aan zijn geweest. En hij kan het weten want samen met Karin had hij de “Vide Grenier” bezocht, maar of er bij Karin dan wel doorkomen aan was geweest, dat liet hij in het midden.


Kort na Flobeq lag de col buiten categorie ons al op te wachten, althans in vergelijking met onze gemiddelde hellingen tijdens onze zondagse ritten, is La Houpe al een monsterachtige col. Hoewel deze lange loper al bij al nog meeviel. Boven werd er in de buurt van Chalet Gerard en concerttempel l’Ancienne Belgique nog een kwartiertje op Carsten gewacht, tot ergernis van Jeanken die het in zijn hoofd had geprent om op klokslag 11:00 uur zijn eerste Orvalleken achterover te slaan. Dat zouden we dus al niet meer halen, want daar lag de Boigneberg nog op ons te wachten. Dat was pas een steil rotding, waartegen La Houpe eigenlijk klein bier is. En ja ook hier moest er toch wel wat gewacht worden, en speelde de rest nog even een spelletje “Zakdoek Leggen” en “Dikke Bertha” tot Carsten er was.


Maar op de Molenberg, een kassei klim waar al eens een tandje van de plateau afbreekt of al eens  een tandje uit de mond wordt gevallen, schoot onze jongeling gelijk een kleine fusée naar boven. En ook op de Vlamme slaagde hij erin bij de eersten boven te komen. Hij had dus al een ganse dag de rest zand in de ogen gestrooid. In al zijn overmoed begon hij nu ook nog eens kop te doen.

Maar gelukkig, voor het opviel dat er toch wel wat force uit de benen was weggestroomd, was het lunch break. Ons Patricia, wederhelft van Jean, achter elke sterke vrouw staat een euh…sterk voormalig coureur, in dit geval, wachtte ons al molenwiekend op. Ze had “’s neuchtings” voor elk van ons al een aperitiefglas vol lekkers geprepareerd. En eens we dat achter de kiezen hadden, volgde nog een “half kieken, met brood en appeltrot”. Ondertussen werden de Gino’s, Cola’s en bruiswaters vervangen door Orval, Rodenbach, Fourchette en Chouffe van het vat. En gelukkig, voor de kleine honger waren er nog dikke pannenkoeken met bruine suiker. Als dat geen voedingsrijke bodem was om de rit huiswaarts aan te vatten, dan weet ik het ook niet. Maar er was ook nog een uiteenzetting en workshop gepland door Stefano Di Longo. Hij had zich twee weken in Spanje afgezonderd waarbij hij een ganse discours over de menselijke spijsvertering en dan vooral over het laatste stuk, had voorbereid. Hij bekende ook over een “rondel” te beschikken die blijkbaar de boel onderaan niet perfect afsloot. Als de druk te hoog wordt, gaat er daar blijkbaar af en toe eens een veiligheidsklep open waardoor het wel eens kan gebeuren, ik zal het even plastisch uitdrukken als Stefano zelf , “alles vol in de Pantalone loopt”. Het zou nog een prachtige serie kunnen worden op VTM :” De kakavonturen van Stefano”. Jo ging eens horen bij DPG of er daar geen interesse voor zou kunnen zijn. Voor vertrek, dankten we Patricia nog eens op onze blote knieën, behalve de President want hij was de enige met een lange broek aan - Presidenten mogen dat é. Ook Jean kreeg nog een dankbetuiging, voor zijn organisatie en zijn traditionele goodiebag, die zo rijkelijk gevuld was dat we het niet konden meenemen op de fiets, behalve Joris dan, die onder ander zijn Pater Lieven in de achterzak propte, samen met twee bidons, zes gellekes, twee binnenbanden, zijn dikke portefeuille en nog zes pannenkoeken.


Ook op de terugrit, zette Carsten zich met nieuwe energie op kop en trok ferm door. Maar bij de eerste helling bleek het overmoed en toen we het jaagpad naast de Dender volgden, was het weer “Carsten en Barsten”, het was op, leeg, weg. Onze jonge vriend en doseren, het is nog een lange weg. Moe en zeker en vast voldaan, keerden wij huiswaarts van deze prachtige rit door machtige landschappen, bij ideaal fietsweer. Nog even naar de tweede rit van de Vuelta zien en dan de blaffeturen niet eens voelen dichtgaan. De copains die in Baardegem op de kermis waren, zullen zich ongetwijfeld geamuseerd hebben, maar ze hebben begot een heel schone rit en vloedgolf aan “kameraderie” moeten missen. Wat een dag! Bedankt Jean, Patricia en ik zeg het niet graag, bedankt Jo!

El Churto