Voorlopig blijft ons eigen Kravaalbos nog gespaard van brand en ander onheil. In de Hoge Venen daarentegen woedt de grootste natuurbrand uit de geschiedenis van België, tenzij er toch een grotere was in lang vervlogen tijden, maar het boek waarin het genoteerd stond, in de brand is gebleven. Maar je zal maar lid zijn van een satellietclub van de WTC daar ergens in Bütgenbach met als lokaal “Stube bei Ingrid und David”. Daar moest er op deze zondagmorgen niet met het vélo’ken worden gereden op gevaar af van gesmolten buitenbanden en verkoolde carbon kaders. Dan zijn wij hier veel beter af dan onze collega’s uit de oostkantons. Wellicht hebben die mannen ginder hun twee bidons met water weggeschonken aan de brandweer om zo hun watertje (niet hun steentje) bij te dragen, om dan alras op hun vélo te springen en de afdaling aan te vatten richting Spa, weg van de brandhaarden. Want daar moet eerlijk gezegd meer dan voldoende water zijn é, als ze zoveel flessen met Spa Rood en Spa Blauw kunnen vullen, dan moeten ze daar toch ook wel wat bluswater ter beschikking hebben.
Maar daar moesten wij ons deze zondagmorgen niets van aantrekken, geen rookpluimpje aan de lucht, zelfs geen wolkje om 08:30 uur. Het lijkt wel dat hoe langer de zomer naar het einde opschuift, er meer leden op verlof zijn. De ene is aan het bakken en braden op de bloedhete Spaanse stranden waar hij ongetwijfeld de ene na de andere “Cerveza Castello Rocho” achterover slaat en de andere volgt in Tsjechië het profpeloton terwijl hij zich te goed doet aan alle onderdelen en ledematen van boerderijdieren zoals daar zijn: koeien, varkens en schapen. De cholesterol zal weer de pan uitswingen als hij voet zal zetten op Belgische bodem. En dat het een zware voetafdruk zal worden, staat nu al vast. Nog een andere collega was na een fietsdate met Karin blijkbaar tussen haar snelbinder blijven steken want, hij kon niet tijdig aan de start raken. Kris DB antwoordde dat we vlakbij zijn deur zouden passeren en hij daar kon aanpikken, maar zijn bericht bleef echter van antwoord verstoken. Door het sturen van dat bericht, en Kris DB niet bij de snelste typers is, verschenen hij en dochter Yentl dan ook twee minuten te laat aan de start. Gelukkig voor hen hadden we toch wel gewacht zeker!
Met ons elftal vertrokken we deze zondagochtend al over Aalst richting de Zwalm. Jeanken, die eigenlijk aan de rand van de Zwalmstreek woont, was eerst met zijn automobiel van Balegem naar Meldert gekomen om de groep te vervoegen, terwijl we zowel op de heen-als terugweg zijn woonplaats zouden aandoen en hij eigenlijk had kunnen aanpikken. Maar door de jaarlijkse festiviteiten: “Bruisend Balegem”, waar 90 procent dagenlang zat rondloopt en de andere 10 procent zot, was hij als sportman in hart en nieren de dranktaferelen ontvlucht. Zijn eega was des nachts huiswaarts gekeerd na een avondje Bruisend Balegem en was wellicht in de ochtend toe aan een Bruistablet van Balegem. Gelukkig was bij onze heenpassage door het centrum nog niemand wakker, afgezien van twee dapperen achter een geïmproviseerde toog en een bejaarde boer die in zijn John Deer zijn nog veel bejaarder moeder naar de hoogmis bracht. Gelukkig voor ons kennen ze in Balgem ook al het fenomeen van recycleerbare bekers en moesten wij niet zoals vroeger tussen het gebroken glas laveren. Dat scheelde toch weer een binnenband of vijf.
Ondanks ons vrij gezapig tempo, had onze jonge Carsten het toch weer moeilijk. Hij hing na twintig kilometer al aan de rekker maar opgeven zit niet in zijn aard, en hij zou nog liever het stuurlint van zijn stuur bijten dan rechtsomkeer te moeten maken. Kris DB en Yentl hadden zelf een korte versie van het parcours gemaakt en zouden thuis arriveren met 60 kilometer op de teller. Ondertussen stoomden wij onvervaard door naar de onbekende gebieden van de Zwalm. In Sint-Lievens-Houtem moesten wij ons wel nog door een smal kerkbaantje wringen, maar aangezien ieder van ons scherp staat als een mes, was er niemand blijven steken tussen gevel en betonnen plaat.
Via het grondgebied van Dikkele naderden wij Beerlegem, en het was meteen duidelijk waar dit dorpje zijn naam vandaan haalde. Niet aan de beren die er ooit zouden hebben rondgelopen maar aan de welriekende walm van koeienvlaaien die onze neusharen prikkelde. Een tandje bij en snel door de wolk van gifdampen was de boodschap. Via het Bos van Kasteel ten Bieze bereikten wij het grondgebied van Sint-Maria-Latem. Een Strava segment dat op de grond was aangeduid en waar Lange Munte werd aangegeven als helling, stak de Jos aan om te versnellen, maar een madame die dacht dat haar Citroën Berlingo een Scania Truck was, noopte ons allemaal tot een stevige rempartij. Weg “KOM” op de Lange Munte, als dan ook nog eens bleek dat we er ook niet op moesten, was de fun er compleet af. Wel moesten we het verderop gelegen hellinkje op maar met drie stampen waren we boven, bij Carsten kunnen het er vijf geweest zijn. In Paulatem werden we nog stevig aangemoedigd door een éénling die waarschijnlijk net van Bruisend Balegem huiswaarts was gekeerd. Maar zo supporters langs de kant van de weg, het doet toch iets met een wanna-be-coureur. Slingerend door de poederdroge weilanden en akkers, op vooral macadambanen reden wij terug richting grondgebied Balegem, gelukkig lieten wij het centrum nu links liggen. Even kregen wij ook nog een kaarsrechte kasseistrook voor de wielen die nog eens de benen liet vollopen. Daarna ging het via Borsbeke en Ressegem naar de Gotegem in Erpe-Mere, waar we dit korte onding moesten beklimmen vanaf café Cabaré. Ter plaatse werden de kippen bij Pluimvee Schouppe precies gratis weggegeven want het was daar een aanschuiven van jewelste. Maar het was niet de korte klim die alles deed verzuren, eerder de eindeloze uitloper van kasseien en betonnen plaveien, deed vooral Carsten nog eens pijn.
Via Erembodegem waar er verbazingwekkend genoeg in groep de Hogeweg werd opgereden, zonder enige demarrage, bleef het daarna in de Hekelgemstraat ook rustig in de groep. Onderaan de Kerkberg werden we wel nog bijna van de sokken gemaaid door “ne zjestepé” met nen dikken X5 met daaraan een remorque vol stro. Maar gelukkig haalden we zonder kleer-of andere scheuren het terras van Ingrid. Daar zat Kris DB ons al proper gewassen en geschoren op te wachten met een “to-do-lijst” voor de nakende Meldert kermis, waar wij een stand zullen uitbaten met broodje-beenhesp, hotdogs en een fietschallenge met prachtige hoofdprijs.
Peter was voor aankomst in de laatste twee kilometer gedemarreerd en spoedde zich vliegensvlug naar de Spar waar hij het rek met apérohapjes leegkocht als traktatie voor zijn verjaardag. Al bij onze tweede consumptie daagden ook Bill, Els en hondje Tuur nog op. Als plichtbewuste burgers waren zij niet mee gaan fietsen, maar deden zij voetpatrouille in het Kravaalbos, ter voorkoming van brandhaarden. Gelukkig werden er geen gespot. De apérohapjes waren ondertussen al goed aan het chaufferen in de zon en moesten geblust worden met Witkap, Orval en Rodenbach. Conclusie van de dag : de Zwalm is een prachtige streek om te fietsen.
Volgende week staat onze Jean de Bondt Classic op het programma, waar het officiële startpunt aan café Berghof in Steenhuize-Wijnhuize ligt. Een delegatie zal al fietsend van Meldert ginderwaarts rijden waarna Jeans Classic er naadloos zal worden aangebreid. Patricia, hopelijk ondertussen volledig hersteld van Bruisend Balegem, zal weer voor de catering zorgen. Dat is dan ook één van de enigste ritten van het seizoen dat we zwaarder naar huis komen dan bij ons vertrek. Nieuwsgierig naar onze wedervaren? Lees dan volgende week ook ons verslag! Tot dan!
El Churto
