Forelk-wat-wils

De Tour De France ligt in zijn definitieve plooi, Pogacar geeft iedereen het nakijken, Remco wordt tweede op meer dan zes minuten van Pogacar maar won wel twee ritten, Mads Pedersen wint het groen, Merlier behaalde drie ritzeges en Philipsen één. Zowaar een rijke oogst voor de Belgen in het rondepeloton. En over oogsten gesproken, laat het einde van de Tour nu ook net samenvallen met oogstfeest De Pikkeling. Dit traditionele volksfeest waarvan de versie van 2026 copy paste is met die van 1994 en ook met die van 1982, trekt bij goed weer toch ettelijke duizenden bezoekers. En voor wat komen die bezoekers? Voor de internationale, folkloristische dansgroepen? Dacht het niet, voor de ovenkoeken en Pikkelingbier ja. En dat weten de organisatoren maar al te goed, want dankzij hun versie van de “krimpflatie” waarbij de ovenkoeken zijn gekrompen tot de grootte van een tennisbal en de trippen nog zo groot zijn als het modale mannelijke lid bij een temperatuur van -10°C, stijgt hun omzet omgekeerd evenredig. Boerenbedrog noemden ze dat vroeger! U vraagt zich nu waarschijnlijk af waarom ik zo maar uitweid over De Pikkeling, awel het ergst van al, is dat door de stormloop op ovenkoeken, onze copain Yves zijn clubkampioenschap door de neus gaat worden geboord. Als onmisbare kracht aan de ovenkoekenstand, moest hij tot diep in de nacht van zaterdag op zondag, de rauwe deegbollen kneden op zijn naakte wielerdijen tot ze klein genoeg waren om te dienen als ovenkoeken. Door zijn nachtelijke flexijob was het zodanig laat geworden dat hij deze zondagochtend niet aan de start stond van de rit. Weg, zijn eeuwige roem als clubkampioen! De Scalle daarentegen, die ook in de stand van de ovenkoeken diende te werken, maar blijkbaar  niet zo onmisbaar was, stond wel aan de start, samen met elf anderen.


De tweede zondag op rij werd er mogelijk neerslag voorspeld onderweg, en met de regenjacks in de achterzak, vertrokken wij om 08:30 uur richting Kokejane. Geen Bill, Els, Kris DB ofYentl te bespeuren, want zij gingen live supporteren in Parijs op de laatste rit van de Tour. Oké, dat ge dan ontbreekt op een WTC-rit, tot daar aan toe, het is fietsgerelateerd, maar niet aanwezig zijn omdat ge nog 2500 ovenkoeken moet rollen, dat gaat er bij mij niet in! Katrien was er ook niet, maar zij verblijft op grote hoogte in Peru waar zij met aftandse mountainbikes haar conditie probeert naar een nog hoger niveau te tillen. Jelle vertoeft vermoedelijk in Marokko aangezien wij hem eerder in de week Stinne zagen voorbij lopen in een voetbalshirt van de playbackkampioenen van het Afrikaans continent, waarbij zij deze slinkse titel hadden afgepakt van de Senegalezen. 


Maar dit alles geheel terzijde want vandaag stond in het teken van de rit naar Kokejane! Jo had het zekere voor het onzekere genomen, vertrouwde mij niet echt als parcoursbouwer, en was op zaterdag de rit al eens gaan verkennen. En hoewel zijn maag bijeen kromp alsof hij kolieken had en zijn gezicht stond alsof hij net een kilo citroenen had gegeten, toch moest hij toegeven dat het  een “sjieke” rit was. Het moet wel gezegd dat op zaterdag het zomerzonnetje sprookjesachtig over het Pajottenland scheen terwijl op deze zondag, de dreigende regenwolken alles wat mistroostiger maakten. Het eerste deel van de rit waarbij we een kilometer of twee de steenweg van Liedekerke richting Roosdaal moesten volgen, was niet om over naar huis te schrijven. Maar dan, eens linksaf begon het echte werk, glooiend groen, ondanks het grijs, was van dan af ons deel. Kronkelend ging het tot in Denderwindekevan waar we de “vallei van de Ninglinspo” maar dan in de Dendervallei volgden tot we plots voor ons een kasseihelling zagen opdoemen. Spontaan ontsnapte er bij Karsten een klein angstprotje, want hij had eerder in de week al zoveel bergop getraind dat hij er de kasseikant van de Congoberg nog moeilijk kon bijnemen. Hoewel hij de richting bouw volgt op school ligt ook de Muur van Geraardsbergen hem niet zo blijkbaar, nochtans bouw en muren zijn toch wel onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar zonder echt in de problemen te raken, haalde iedereen toch wel het hoogste geografische punt van Zaïre in België. Ondertussen waren we al die halve zool van de Kriekenpot gekruist, u kent hem wel, dienen die een koersploeg heeft opgericht met opbrengst van opgelegde kriekskes! Ge moet het maar doen é. Wij gaan wij bij de WTC ook een businessplan opstellen en “Dingenpot” beginnen verkopen, dat is dan niet met krieken maar met opgelegde dingen! Geen eetfestijn of quiz meer, de miljoenen gaan binnenstromen!


Na de Congoberg doken we alsmaar dieper het Pajottenland in, nog altijd met de wind vol op de neus. En plots draaiden we een prachtige weg in bestaande uit twee betonstroken en in het midden een strook gras. Deze weg slingerde zich door het landschap, ging even over in een asfaltweg en daar doemde al een nieuwe muur op. Kort maar steil, zoals een muur moet zijn. Maar ook hier was iedereen boven voor hij het wist, en wij draaiden verder rond herenhoeven en pittoreske dorpjes tot we plots de wind in de rug voelden en wisten dat we het verste punt hadden gerond. Van dan af ging de snelheid wat omhoog. Nog een paar nijdige klimmen en nog een koerske van aan de Loanton naar de top van de Fosselstraat waar Jo de Jos nog klopte op de meet, en aan de Partridge werden alle troepen weer verzameld om naar ons lokaal te duiken. Maar eerst vochten Jos en Peter nog een korte sprint uit in de Nedermolenstraat, terwijl de anderen al aan het peizen waren over wat ze gingen bestellen op het terras van Ingrid en minder van Rufin, want we zouden hem weer niet zien. Toch geen vies haar in zijnen dingen? Wie zal het zeggen? Maar we lieten het niet aan ons hart komen, want de President haalde weer “Forelkwatwils” uit zijn frigokabas. Dit woordgrapje moest ik er wel insteken want de President was gaan forelvissen, niet dat het zijn nieuwe hobby gaat worden maar het was blijkbaar wel “tof veu ne kiej te doen”. Het waren blijkbaar wel lgbtqai+vissen want hij ving blijkbaar alleen “regenboogforellen”! Wat ik trouwens nog vergeten te zeggen was, het regende valpartijen, niet bij ons maar in den Tour, zo kuste Kus de afsluiting van een ravijn en kwamen Tiesj en Ilanneken ook al ten val. Na de koers sprak Tiesj de historische woorden :”Benoot gevallen da’k moest opgeven maar Van Wilder afdalen komen accidenten!”. Zo werd op het terras van Ingrid het ene woordgrapken na het andere de wereld ingestuurd, weliswaar de kleine wereld van de WTC en lachten wij ons daar bekan weer ne lumbago. We kijken al uit naar volgende week en misschien is Jeanken dan ook terug. 


El Churto