Zo, het obligate zondagnamiddagdutje na een intensieve ochtendrit zit er op. Begrijpelijk dat de Franse “blaffeturen” even dicht gaan tijdens een marathonuitzending van de Tour de France! Zou er namelijk ooit één saaiere Tour gereden geweest zijn dan de huidige? Pogacar rijdt lachend de ene minuut voorsprong na de andere bijeen en de rest volgt hem amechtig en legt zich neer bij zo veel suprematie. Hoewel de mensen ter plaatse nog rijen dik staan, wellicht enkel en alleen omwille van de gratis gadgets die worden uitgedeeld in de Tourkaravaan, is er thuis weinig of niks van animo mee te pikken. José en Renaat houden met hun urenlange lessen Tour en andere geschiedenis ook de oogleden niet omhoog, eerder integendeel zou ik zeggen. Ook onze dosis recuperatiedrank na de rit heeft mogelijk te maken met een kleine energiedip in de namiddag. Maar hoeven wij ons daarvoor te schamen? Uiteraard niet, ook de profs hebben rust nodig na een intensieve training of wedstrijd. Dat is dan ook wel één van de enige raakvlakken tussen de wtc-leden en de heren profs.
De lage BMI is nog wel een ander raakvlak. En hoewel de voorbije verlofperiode ervoor heeft gezorgd dat het vetpercentage een hoge vlucht lijkt te hebben genomen ingevolge talrijke “produits de terroir” was dit amper waar te nemen met het blote oog. Daarom dat de parcoursbouwer van dienst zocht naar een bestemming om zijn gewichtstoename wat te illustreren. En welke andere bestemming dan “Dikkele” kon dit beter onderstrepen. Met zestien getrouwen stonden wij deze zondagochtend aan de start, niettegenstaande er al een aantal genoten van een welverdiende reis naar onbekende oorden. Hoewel onbekend? Bill, Els en Lies maken de Tour onveilig door hun enthousiaste aanwezigheid en scoren af en toe een “scoop” op tv bij de passage van de groten der aarde.
Maar terug naar de orde van de dag, de ochtendrit in al wat frissere temperaturen dan de voorbije weken. Er dreven zelfs al wat onheilspellende regenwolken door het Meldertse zwerk. Maar er had maar één van ons goed opgelet, want Jo was de enige die een regenjasje mee had. Daar hij vroeger met een rood onding rondreed, dat gezien zijn gewichtsverlies eerder een parachute rond zijn afgetraind lijf leek, is hij nu overgeschakeld op een zwart, nauw aansluitend exemplaar. En ergens in de buurt van Herzele mocht hij het showen want de hemelsluizen gingen voor het eerst in weken open. Peter, die nog afgetrainder is dan Jo kreeg dan ook onmiddellijk een instant kougevoel. En toen er even halt werd gehouden voor een collectieve plas-stop, reed Kris DB en dochter Yentl door zodat ze niet afkoelden. Ook Jean, voormalig coureur en lepe vos, schoof mee in de ontsnapping die er eigenlijk geen was. Gelukkig stopte het even snel met regenen dan het begonnen was, en nog voor Dikkele kwam de groep weer samen, hoewel samen, het brak meermaals in stukken, vooral op de stroken vals plat, typerend voor de Zwalmstreek. Maar voor we het prachtige, authentieke Dikkele aansneden kwam alles weer dikkele in orde. Eerst draaiden we nog een lusje tussen de akkers die het dorp omsingelen om dan weer naar het piepkleine centrum te duiken en ons al dokkerend op de kasseien te vergapen aan zo veel “oud-vlaamsche” schoonheid. Jammer genoeg opende café Casino pas om 14:00 uur op zondag, of misschien hadden we de remmen eens toegeknepen om er een “coffee-ride” van te maken. Verderop mochten we weer flanneren door de dreven rond een herenhoeve en weer lag de groep uit mekaar. Gelukkig werd er vooraan beslist om te wachten want net op dat moment kwam een karavaan aan ronkende quads de bocht om. Deze lawaaierige Johnny-bakken hadden dan ook de volledige breedte van de smalle landelijke wegen nodig. Gelukkig stonden we stil aan de kant van de rijbaan. Eens deze milieuvervuilende vierwielers voorbij waren, konden we de terugrit weer aanvatten. En daar was “Jeanken”, niet Jeanken Baekelandts maar Jeanken De Bondt die zich op kop van de groep zette en de troepen samen hield. Ook al probeerde Jelle in Mere even te versnellen, werd hij onmiddellijk tot de orde geroepen door de jonge veteraan van vele wieleroorlogen.
Met een passage over het criteriumparcours, weliswaar met iets minder toeschouwers, werd alweer koers gezet naar de Meldertse heimat. Zelfs op de Affligemdreef kon Jean het tempo zodanig strak houden dat zelfs de Jos niet probeerde om de twee punten voor de bollekestrui weg te kapen. Als Jean zegt, wij blijven bijeen, dan wordt er bijeen gebleven. Eens op het terras bij Ingrid leek het wel of Rufin speciaal voor ons de zaal aan het verbouwen was, we hoorden hem wel kloppen en schuren maar zagen hem niet. Ingrid deed dan maar een werk van barmhartigheid door de dorstigen te laven. Koizekes en salamikes bleven deze keer achterwege en werden vervangen door koeken en snoepzakskes. Een oud-coureur-collega van Jean dook plots op en vroeg zich af of hij tijdens zijn veertig jaar van nachtshiften wel gewerkt had. Jean vertelde daarop verhalen van zijn legertijd over een typmachine en te brede legerbottines en smalle pedalen in een R4’ken, waarna hij zijn draad even kwijt was en niemand kon helpen hem terug te vinden aangezien er toch niemand luisterde. En aan Rufin moesten we het ook al niet gaan vragen of hij Jean zijn draad had gezien. Er werden nog snel wat snode gravelplannen gesmeed voor een offroadrit naar Brussel op de Nationale Feestdag en h en hopelijk worden we daar niet overreden door de enigste tank die België rijk is en die zal deelnemen aan het défilé, als ze niet in panne staat.
Zo eindigde weer een ochtend vol wtc-avonturen en keerde iedereen klaar voor een middagdutje huiswaarts.
El Churto
