Men denkt als zelfstandige ghost-writer al twee keer na als men door de hoofdredacteur op het matje wordt geroepen omdat het ritverslag van vorige week maar net op tijd op zijn bureau lag. Neen, deze keer zouden er mij geen levieten gelezen worden en zal het ritverslag tijdig ingediend worden voor publicatie.
Dit rit werd doorgestuurd als vlakke rit richting Zemst. Na onze exploot naar Toulouse is de conditie van iedereen onder ons zo goed dat momenteel elke rit, een vlakke rit genoemd mag worden, ook al is in het begin van de rit tot Oppem, enig hoogteprofiel te bemerken. Om 8u30 werd het startschot door Stefano Di Longo “gelost” en met 15 man op pad richting Lepelstraat. Inderdaad, 15 man in deze vakantieperiode en dit mag zo vernoemd worden omdat er geen enkele dame aanwezig was. Maar vandaag waren we blijkbaar niet alleen op pad. In de eerste 30 kilometer van de rit hebben we meer mensen tegengekomen dan op de afgelopen 4 ritten samen. Fietsers, wandelaars, lopers, globetrotters bepakt en bezakt tot over hun oren kwamen we de eerste 30 kilometer allemaal tegen. Indien het winter zou geweest zijn, hadden we misschien zelfs schaatsers en bobsleeërs tegengekomen.
Richting Mollem werd het eerste pilletje Primatour, tegen reisziekte, al aangeboden aan Dries. Dries en ik reden namelijk achteraan het peloton met Jelle en Carsten voor ons. We zaten precies aan bakboord op het schip, De Scheve Schuit. Het was duidelijk wie Piet Piraat was,maar nu kreeg ook Berend Brokkenpap een gedaante in Carsten. Deze 2 heren slalommen door de groep alsof ze onderweg punten kunnen vergaren als in het spelletje Mario BrosOdysee. Hier en daar werd er al eens geflirt met de grasberm, als dat maar goed komt?
In Wolvertem, met op onze rechterkant de blinkende bollen van het Atomium, werd de eerste kasseistrook van de dag met gemak genomen, alhoewel. Moesten we niet uitwijken voor de putten in het wegdek en de kinderkopkes die schots en scheef in het zand gegooid waren, dan moesten we op onze hoede zijn voor een aanstormende groep concullega’s wielertoeristen. Hier en daar werd er al eens een vloek afgestoken omdat het eerste stof al op de blinkende fietskader bleef hangen. Maar na stof komt, inderdaad nog meer stof. Nu het bouwverlof alle werven in Vlaanderen stil legt, blijven ook wegenwerken bespaard van een verse laag asfalt. En als we na een kilometer stofhappen door wegenwerken nog eens voet aan grond moesten zetten omdat er een zeecontainer de weg volledig versperde, kreeg de parcoursbouwer zijn sap. Maar wie niets doet,….inderdaad…is niet moe! Bij de dwarse container lieten we hoffelijk zoals we zijn, een andere groep afgetrainde wannabee coureurs door. Hun vraag of het te doen was om nog verder te rijden werd beantwoord door een volmondige JAWEL, met daarna de gevleugelde woorden: “enkel uwen parcoursbouwer moet ge de volle laag geven”. Niet veel verder werd de tweede en nog slechter liggende kasseistrook onder onze wielen geschoven. Nu kon je aan de stoffige fietskaders en aflopers zien, welke drinkbussen volledig waterdicht zijn en welke drinkbussen enige vorm van vochtverlies vertonen.
En wanneer vooraan het tempo strak wordt gehouden, vallen achteraan na elke bocht wel altijd enkele gaten die dichtgeknald moeten worden. Even een kleine vakkundige uitleg ivm het rijden in groep. Wanneer men ongewild achteraan in de groep beland omdat het tempo te hoog is, of omdat de conditie nog niet op peil staat, of je gewoon een slechte dag hebt, is achteraan rijden echt geen plezier. In het begin kan je nog enkele gaten dichten maar nadien begint het rekkerren zijn tol te eisen. En wanneer de rekker breekt is het gedaan met de pret, maaaaar als je goed zit en er voor kiest om achteraan te rijden, is het daar plezieriger dan vooraan. Je kan er immers doorvlammen zonder dat er iemand last van heeft. Dries, Yves en ikzelf hadden wel zin in een pleziertje. De snelheid achterin ging niet onder de 36 km/h. Bij het aanzetten om de straat over te steken in Londerzeel, werden we opgeschrikt door een luide knal die vanuit Dries zijn fiets kwam. Niet wetend welk euvel dit geluid precies veroorzaakte, hielden we halt aan de kant van de weg en werd de rest van de groep verwittigd om verder in de schaduw halt te houden. Was het olie en vet in het bracket dat tegen elkaar vocht, wie zal het zeggen? In ieder geval Dries had zijn bracket in stukken van één getrapt. Scheurend geluid, geen tractie, geen versnelling, niksken. Om de trapas te lossen heeft men een kleine inbussleutel nodig om deze te lossen, maar niet iedereen heeft dit bij zich. Misschien heeft Jelle dit formaat van sleutel wel in zijn rugzak zitten? Maar bij het haastig zoeken in de rugzak, viel deze pardoes op de grond en kwam heel de inboedel op het fietspad te liggen. Mocht de wijkagent van Londerzeel op dat moment gepasseerd zijn, had Jelle prompt een boete gekregen voor sluikstorten. Zo zie je maar, haast en spoed,….zijn vaak hetzelfde. Na een verlossend telefoontje naar vrouwlief, zou Dries zelfs rapper thuis zijn als wij.
Eens Peizegem voorbij is het nog maar een kwestie van geduld of we zien de kerk van Meldert in de verte al liggen. Bij aankomst in onze stamkroeg moesten onze fietsen wel in het gangetje blijven staan. Ingrid had immers enkele dagen en nachten in de weer geweest om de zaal prachtig te versieren voor het doopfeest van haar achterkleinkind. Hoe fier kan een oma zijn? Zelfs de wijkagent was uitgenodigd vernamen we nadien, want nen arm der wet cannoot kwaad.
Aan de start van de rit stond er ook een gelegenheidsrenner aan de start. Aan de 2 drinkbussen en een drinkbus in de achterzak kon zijn voornaam enkel een Wouter zijn….Wat bleek, Wouter is een oudgediende van de WTC. Een 20 jaar geleden was Wouter al eens lid geweest. Na de geboorte van zijn zoon, gebrek aan tijd, andere hobby’s, had hij de fiets aan de haak gehangen. Na enkele blessures in zijn andere sport had hij de raad gekregen om zijn sport te laten voor wat het was en te kiezen tussen fietsen of zwemmen. Maar wanneer je met het zwemmen ergens bent, ben je beter dat je de fiets neemt. Wouter vond het groepsgevoel van weleer terug en besliste ter plaatse om zich terug lid te willen maken.
Wouter was lid ten tijde van de uitrusting met die grote smoelentrekker, nen tuttefrut op de buik. Met een sponsor als Caramel kan je niet verwachten dat men een banaantje in de achterzak steken had. Op de mouw van die uitrusting staat ook een Jubileum krans van 25 jaar. Dat is juist de helft van dit jubileumjaar. Dat moet ook in de periode geweest zijn waarin het lokaal van bij Herman van Mols verhuisde naar ons huidige lokaal bij Ingrid en Rufin. Dat Ingrid een cafédochter was die het reilen en zeilen van achter de toog snel onder de knie zou krijgen, daar stond geen mens van versteld. Maar dat Rufin zich van begenadigd biljarter die Ingrid het hof maakte zou omscholen tot een cafébaas eerste klas, had niemand zien aankomen. Zelfs Ingrid niet. Rufin zag al die sportievelingen over de vloer komen en zijn keu’s was snel gemaakt. Hij zou zich ook een koersfiets aanschaffen en die jongelingen eens tonen hoe het moet. Ik heb het nooit het genoegen gehad om met hem in het peloton te zitten omdat het allemaal voor mijn tijd was. Ik ben immers maar lid van de club geworden in 2012, maar ik denk wel dat het nen vrieje kastaar op de velo was. Zowel tijdens als na de rit. Wat ik wel mocht ervaren is dat Rufin, samen met Etienne De Brandt de volgwagen bestuurde op menig buitenlandse reizen. Die 2 samen is als Statler en Waldorf van de Muppetshow, maar in plaats van op een balkon te zitten, in nen otto. Ik heb veel verhalen gehoord van horen zeggen, en daarmee moet je altijd opletten, maar ik heb met hem ook veel verhalen van horen zien. En dat is iets anders. In feite kan je er 2 boeken over schrijven. 1 die gelezen mag worden en 1 die in een kluis moet bewaard worden. En ook al kunnen we er soms op zakkeren bij de organisatie van ons eetfestijn, het komt toch allemaal in orde op de Rufusmanier. Maar zeg nu zelf, er is niets plezanter dan iemand die je graag hebt, af en toe eens te treiteren en op zijn kap te zitten zonder slechte bedoelingen. Want plagen is immers, juist, nen tournee vragen. Want als je iets doet met je hart, worden sommige zaken vergeten door het verstand…
Ondertussen heeft in de verzengende Ronde Van Frankrijk, waar tegenwoordig meer ijs wordt verhandeld dan bij de Eskimo’s, Belgische trots Tim Merlier en half Belg Mathieu Van Der Poel, het zegegebaar mogen maken. Tim al voor de tweede keer deze tour. Ik vermeld dit wel met enige tegenzin, want beide renners staan niet in mijn Tourmanager en hebben mij dus bij gevolg geen enkel punt opgebracht.
Volgende week zijn we er weer. Zelfde plaats, zelfde uur maar andere datum.
Ondergetekende,
PDG van de WTC.
