Klim, klom, geklommen…

Nu het Toulouse-avontuur, waar we allemaal zo lang naar hadden uitgekeken, al achter ons ligt en de algemene vermoeidheid stilaan uit ons lichaam is weggeëbd, was het tijd om nog eens uit te pakken op zondagmorgen. Na de hittestage die onze week in Frankrijk wel leek te zijn, was het tijd voor typisch Belgisch lenteweer: zwaar bewolkt, gure wind maar gelukkig geen regen. De opkomst was dan ook massaal (naar WTC-normen), 17 eigen leden en één gastrijder trotseerden het vroege ochtenduur. Bill was één van de enige die zich nog eens van zijn lentezij op zijn zomerzij had gekeerd en was dan ook geheel en volledig afwezig. Ook bij Dries had het niet veel gescheeld of hij had verzaakt aan zijn Faluintjesplichten. Nu het grote, heilige doel onder de vorm van Toulouse, bereikt was, is hier en daar de motivatie toch wel wat zoek. De fietshonger kon alleen worden aangescherpt middels een pittige rit, naar onontgonnen wegen en verborgen klimmetjes.

Voor degene die de opeenvolging van nijdige knikjes niet zag zitten, had de parcoursbouwer een vlakker alternatief voorzien. De drie aanwezige dames vonden blijkbaar dat het nog niet vlak genoeg was, kozen eieren voor hun geld en zetten koers naar de Scheldevallei. Katrien, Els en Yentl hadden wellicht ook het één en het ander bij te praten en al hijgend op één of andere steile helling gaat dat toch wel wat moeilijker, mijn gedacht. En bovendien gaat het niet over welk parcours je rijdt, tegen welke gemiddelde snelheid je dat doet, of hoeveel watt ge stampt, bij ons draait het om amusement, fietsplezier en gezelligheid.

Hoewel met het reliëf op de lange rit de term fietsplezier wel op de proef werd gesteld. Aanvankelijk ging het in een wel heel strak tempo richting Pajottenland. Kris DB was blijkbaar zijn goei Toulousebenen nog niet verloren en hij geselde van kop af de groep zodat ze in Broekstraat al uiteen was geranseld. Het zou de kroniek worden van de eerste 15 kilometer. Onze gastrijder die door zijn jeugdige voornaam, aanvankelijk door de president als tiener werd aanzien, moet wellicht gedacht hebben :”In wat een groep ben ik hier terecht gekomen?”. Maar hij moet zich wel verbaasd hebben over de collegialiteit in de groep, want “eens boven” werd er immer gewacht op de nakomertjes. En gezien de vele hoogtemeters en daarmee gepaard gaande hellingen, moest er frequent gewacht worden. Echter nooit echt lang aangezien de meeste van ons dan ook nog op de piek van hun conditie zitten. Dat er verschil zit op de conditieniveaus dat was al gebleken tijdens onze rittenkoers naar het zuiden van Frankrijk. Maar op de keper beschouwd zit iedereen wel heel veel beter dan op een gelijkaardig moment in voorgaande seizoenen. 


Na een vijftiental kilometer herstelde de orde zich binnen de groep, wellicht ook omdat we al een stuk te voet hadden moeten gaan om serieuze wegenwerken te trotseren, hierbij werd de parcoursbouwer dan ook net niet gelyncht. Alsof dienen sympathieke, hardwerkende mens tijd heeft om in de week de rit eens te gaan verkennen! Oké we waren nog maar net Wambeek voorbij en het leek al op een halve cyclocross waarbij de Jean zijn maagdelijk witte Adidassen met “roikoeiren” al wat bruine spatten vertoonden. Patricia zou achteraf weer werk hebben om ze te doen “shinen”! Het zou trouwens tot op de terugweg duren, eer we in het centrum van Lot nog eens werken voorgeschoteld kregen. “Het is dat het ons Lot was é!”.

Maar ik moet nog niet over de terugweg beginnen als we de heenweg nog niet achter de rug hadden. In Sint-Laureins-Berchem wist Jean te vertellen dat hij daar nog tegen een jonge Axel Merckx had gekoerst. Den Axel moet dan toch maar een jaar of vier geweest zijn, want dienen is maar net getrouwd met Lotte Kopecky! Naar ik heb vernomen zou ze ondertussen ook zwanger zijn…van een grote overwinning! José De Cauwer was trouwens ook aanwezig op de trouw van het niet zo jonge koppel. Volgens mij werd het ganse menu daar gemixt opgediend gezien de hoge gemiddelde leeftijd van de gasten. Veel gedanst, laat staan “gebreakdancet”, werd er dan ook niet, gezien het risico dat Eddy voor de negende keer zijn heup zou breken.


Maar terug naar onze rit nu. Net voor Halle, moest de Brabantstraat eraan geloven, een stuk kassei van om en bij de 3 kilometer, gelukkig afgezoomd met een betonnen strook, perfect om op te fietsen. Onze jonge snaak, Karsten was wat overmoedig en bleef halsstarrig voortstampen op de kasseien, tot wij hem in onze ervaring erop wezen dat hij beter wat energie zou sparen, gezien het arsenaal hellingen dat nog op voorraad lag. Gelukkig is onze jonge vriend van het soort, dat goeie raad in dank aanvaardt en niet denkt van: “Ouwe zak, wat weet gij daar nu van?”. We waren in Halle dan ook nog maar net het kanaal van Brussel-Charleroi over en patat, daar begon het al, met de “Drasop” lag er al een helling van een twee kilometer op ons te wachten. En dat was nog maar de eerste van een serie van 5. Na een steile duik, volgde de “Platte steen” al onmiddellijk nadat we door een kavel van dikke residentiële villa’s waren geklommen. Via de Hallerbosstraat met een prachtig panoramisch zicht op het bos en een klim via een eeuwenoude holle weg was het nog maar eens bergop op de Fazantenlaan en na een laatste duik, lag daar al de “koninginnenklim” op ons te wachten. De Bruine Put via de steile kant met stijgingspercentages boven de 11 procent hakte er dan ook nog eens krachtig in. Hier en daar moet er al een witte calçon geweest zijn met een ietwat bruine sedimentaire afzetting. Reeën gaan er daar de eerste weken niet meer gespot worden na de krachtige salvo’s van menige prot die daar gelaten werd.

Gelukkig volgde een “ontspannen” tussenstuk langsheen het kanaal, waar Kris DB, de man in vorm, het tempo opschroefde tot 45 km/h. Daar lag het peloton pas uit elkaar. Ook hier moet onze nieuwkomer argwanend hebben gedacht dat hij bij de Spaak terecht was gekomen. Gelukkig viel het tempo erna weer op zijn gat en met de wind af en toe eens in de zij, moest er al eens wat minder worden gestampt. In Sint-Anna-Pede moesten we nog eens de benen laten vollopen in de Zakstraat en net voor de aankomst in Meldert stond ook nog de Notstraat op ons uitgebreid menu. Met 900 hoogtemeters op de teller werd met deze rit wellicht ook het record aan hoogtemeters op zondagvoormiddag scherper gesteld.

Hadden er bij Ingrid ligstoelen gestaan we hadden ons allemaal neergevlijd, maar niets daarvan, er moesten immers winegums, stroopwafels, kazekes, salamikes, Gino’s, Chocomelkskes, Spa’s, Cola’s, Pilskes en Orval worden genuttigd. Gezien de inspanningen van onderweg moest er menig calorieken worden aangevuld. De zondag eindigde echter met een droeve noot want, toen het toch tijd was om huiswaarts te keren, bleek ondergetekende zijn band plat te staan, in de zaal! Was er een verdwaalde dartspijl op gevlogen, of een scherpe biljartbal tegen gebotst, wie zal het zeggen. Ook de voetpomp bleek verdwenen uit de garage! Zou hier toch een daad van sabotage hebben achter gezeten of was het puur toeval? We zullen er onze wijkagent op loslaten en middels wat bijzondere opsporingstechnieken als smaad en wat laster en eerroof zal de snoodaard snel gevat worden, mijn gedacht! Wordt vervolgd…

El Churto