Alvorens ik het over onze zondagrit ga hebben, wil ik toch wel even een lans breken voor Victor Campenaerts. Op dag drie van de Giro 2026 stond een sprintersrit op het programma, alleen moest het peloton onderweg een col over. En als er nu iets is waar zijn vroegere ploegmaat Arnaud Delie tegen is, dan zijn het Cols, of het nu van Pritt, Pattex of Soudal is. Van cols moet hij niet weten, niet van contactcol en ook niet van secondencol. Wellicht, en laat het tussen ons blijven, misschien is het wel omdat den Arnaud, De Stier van Lescheret noemen ze hem, een beetje te zwaar staat. De Victor, met zijn percentage van 4 procent zat vanachter in het peloton te freewheelen op de klim en zag dat den Arnaud het lastig had. “Kom”, zegt de Victor, “Zal ekik uwen bidon dragen, da’s toch direct nen halve kilo minder om mee omhoog te sleuren!”. En Delie in al zijn Ardeense naïviteit trapte erin. Met als gevolg, twee kilometer verder, Delie scheel van dorst en de Campenaerts weg met zijnen bidon. Gevolg, Delie gelost en niet mee kunnen sprinten voor de zege. Lepen truck van de Vocsnor!
Een dergelijk staaltje onbaatzuchtige collegialiteit deed zich ook voor binnen de rangen van de WTC voor de start van de zondagrit. Joris, merkte nadat hij zijn tweewieler uit zijn auto had gehaald dat zijn achterband, een wit vocht begon te lekken alsook de lucht die er in zat. Ja lap, platten tuub nog voor vertrek. Hoongelach, gespot en geschimp en niemand die aanvankelijk ook maar een “move” deed om de band te helpen versteken. Bill, die anders staat te springen om een band te mogen vervangen, had plots last van acute lactose-intollerantie en bleef zover mogelijk weg van het synthetische koeienproduct. Joris stond dan maar beteuterd naar zijn tweewieler te kijken, en wenste ons al een goeie rit toe, toen Peter toch maar besliste een handje toe te steken. Nog voor de band eraf was, hingen zijn vingers al vol smeerolie en een minuut later droop de witte latex van zijn vingers. Maar verbeten als hij is, legde hij de band er vrij snel op, maar dan werkte de draagbare compressor niet naar behoren. Een tweede kleinood bracht dan wel soelaas en weg waren wij, de einder tegemoet richting Berendries.
Door het oponthoud van een tiental minuten bleek al snel dat er al veel volk op de baan was, wellicht allemaal naar de warenhuizen die op zondag open zijn. In Erembodegem werden we er al uiterst vriendelijk door een halve zool op gewezen dat we rechts van de rijbaan moesten rijden terwijl hij zelf in het midden van de rijbaan reed tussen de twee fietssuggestiestroken in. Zijn Nissan Micra uit 1983 had dan ook nog nooit gehoord van stroken die suggereren dat ge er ook met de auto moogt oprijden als er geen fiets op rijdt. Maar daar raakten we ook weer zonder kleerscheuren uit. We waren nog maar op den Dries, niet den Berendries en ook niet den Dries van de WTC, maar den Dries van Nieuwerkerken, of daar hadden wij plots een ontmoeting uit een andere dimensie met De Vliegende Spaak. Wij zouden onze aartsvijanden uit Baardegem nog twee maal mogen aanschouwen op onze rit. Hierbij vonden ze het nodig om ons met veel “zjaar” in te halen en ons wat geringschattend toe te lachen. Het zal veel minder zijn als we zo scherp als een mes weerkeren uit Toulouse, we zullen wij dan ne keer geringschattend grijnzen!
Maar ook de mannen van De Spaak konden ons niet uit ons lood slaan. Met de wind in de rug, vijftien man en één vrouw sterk denderden wij alsmaar voort richting de Zwalm. U vraagt zich af welke vrouw er in onze gelederen post had gevat? Wel het was Yentl, die net als haar vader Kris DB over een superbe conditie beschikt op deze huidige moment van het seizoen. Er gebeuren daar rare dingen ten huize De Bisschop, mijn gedacht! Ze pedalleerde zij vlotjes mee aan de zijde van gids Jean die haar onderweg, alle café’s waar hij ooit was geweest én buitengegooid, opnoemde en wist-je-datjes rondstrooide als was het de melk uit Joris zijn band. Hij wist zelfs te vertellen over het huis van Panamarenko en café De Vliegende Schotel, een bruin café waar optredens werden gegeven. Wat ook bruin was, was wellicht het zeemvel uit Stefano Di Longo’s koersbroek, want hij had meer gas op dan een biogas centrale! Waarschijnlijk was zijn flatulentie getriggerd door de rol WC-papier die de Jelle uit zijn rugzak toverde voor de start om Peter zijn handen ermee te laten afkuisen.
Eens Zottegem voorbij begon het al goed op en neer te golven en aan de achterkant van de Eleverenberg werden de bovenbenen al eens goed op de proef gesteld. De plaspauze op de top was dan ook meer dan welkom. Hierna volgde de duik naar Michelbeke, waar we in wegenwerken terecht kwamen die onze banden en wielen dan weer op de proef stelden. Gelukkig lag het er droog bij en was deze hindernis slechts van korte duur. In het centrum van Michelbeke reden we niet rechtstreeks naar de voet van de Berendries maar maakten we nog een lus via Elst om de hoogtemeters nog wat op te drijven en niet onopgewarmd aan de klim van de dag te beginnen. Slingerend door de lentegroene weides die in het glooiende landschap deden denken aan prachtige alpenweides. Grazende koeien die ons aangaapten alsof ze nog nooit dergelijke atleten hadden zien passeren. En na deze toch wel inspannende lus, doemde het monster van de dag, de Berendries al op. Ondergetekende en Kris DB, anticipeerden en demarreerde op de vlakke aanloop om met wat voorsprong te kunnen beginnen. Maar al snel counterden Peter, Jos en nog andere gevleugelde klimmers onze poging. De klim ging al bij al nog vrij vlot en in het midden viel het zelfs op dat café De Stappersalm te koop stond. Dit charmant Oostenrijks café op de Berendries dat daar eigenlijk totaal niet hoorde maar ergens in Karinthië in een bergdorp zou moeten staan, zal wellicht op de fles gegaan zijn omdat niemand graag bergop gaat om op café te gaan om dan goe gesteld de diepte in te stuiken als ge huiswaarts keert. Aan zulke dingen zaten we dus allemaal te denken in volle klim: ofwel is dat een gevolg van zuurstoftekort door de grote hoogte, ofwel is het omdat we te veel overschot hadden op de klim. Rap een tandje bijsteken en een klein versnellingsken en ja, dat is klimmen zie, de gespannen spieren in de benen, de hijgende adem, de slepende en piepende schijfrem van Jo in de rug… Daaraan zie je, zelfs al soigneer je je fiets minutieus dat hij ieder week glimt als ware hij nieuw, toch kan er eens iets mechanisch fout lopen. Gelukkig gaat zijn “Spesjal-i-Zet” op maandag binnen bij Loomans. Als hij met die schijfrem tot in Toulouse zou rijden kunnen ze ons ginder allemaal in de psychiatrie steken om er nooit meer uit te geraken.
Maar gezien de vele voorbije trainingskilometers van alle WTC-ers raakte iedereen zonder problemen op de top. Het ene na het andere “Personal Record” sneuvelde als de geallieerden op Omaha Beach! En mensen met overschot aan conditie zijn blije mensen, en die zagen niet. Ook niet als er daarachter nog een hellingsken als “De Vlamme” moest worden beklommen en ook in Zottegem moesten we via een smal fietspad de zijkant van de Grotenberge beklimmen. Enkel blije mensen, ook als bleek dat we wind vol op de “freter” hadden op de terugweg, maar aangezien het bijna allemaal bergaf was, behalve de klim naar de molen in Erpe-Mere en de Affligemdreef, haalde iedereen laaiend enthousiast de meet, behalve dan diegene die vroeger moesten afslaan ingevolge communiefeesten allerhande.
Gelukkig voor ons waren Ingrid en Rufin al terug uit de mondaine badplaats Blankenberge, waar we vorige week heenreden, maar dan lieten ze zich daar niet zien. Rufin was daar waarschijnlijk als jobstudent in een mosselrestaurant op den dijk gaan helpen, want zijn tempo en draagkracht waren ongezien hoog. Met wel acht flesjes tegelijk kwam hij uit de zaal om onze droge kelen te smeren. Jean offreerde ons pakken rijstwafels met chocolade, die afgezien van de wat wit uitgeslagen chocolade, smaakten als rijstwafels, naar isomo dus. Dat ze ondertussen twee maanden vervallen waren, was een klein detail in de geschiedenis. Jean moet dat geweten hebben, want hij dronk onmiddellijk tegengif onder de vorm van Orval. Maar wederom, met onze conditie kan een vervallen rijstwafelken ons amper deren. Onder een stralende zon werd er nog duchtig nagekaart maar werd er vroeg huiswaarts gekeerd aangezien het de dag van de moeder was. Zo haalde iedereen weer goeie punten en zal er ongetwijfeld volgende zondag opnieuw een massale opkomst zijn. Tot dan!
El Churto
