Lammekeskroon met Isostar

Na weken van hoogtemeters, verzameld op de Muur, de Berendries, op weg naar Toulouse en op de Bruine Put, stond er eindelijk nog eens een traditionele vlakke rit op het programma. En niet een vlakke rit zoals ze in de Ronde van Frankrijk ritten noemen met 1.500 hoogtemeters, nee, gewoon zo plat als een fles blauwe Spa Reine! Oké, voor mensen die totaal van enige inspiratie gespaard blijven of gewoon hun weg nergens weten, zou je kunnen een rit langs het water maken, dijksken op en dijksken af. Maar dat is dan zonder onze parcoursbouwer Jo gerekend, die nog veel vlakke ritten in zijn archief heeft staan vanuit de tijd dat hij dertig kilo meer had mee te torsen. De tijd dat ge door hem blauw verweten werd als er ook maar één helling à la de Blakmeers in Affligem in de rit zat. Het is maar als je zelf enig overgewicht mee te sleuren hebt dat je de angst om gewoon achteruit te bollen op een helling begint te begrijpen. Maar van enig overgewicht is er ondertussen bij de WTC’ers amper nog te spreken, na een spartaanse voorbereiding op het voorbije avontuur waarbij al het eten werd afgewogen en de alcohol werd afgezworen als was het RoundUp.

In ieder geval stonden er deze zondagochtend 16 afgetrainde, atletische Faluintjeslichamen voor de deur van het lokaal. Eén vrouwelijke collega, onder de vorm van Yentl had even de examencursussen opzij geschoven en stond ook klaar om de 15 “mansmensen” te vergezellen op de rit naar Lammeken. Er waren namelijk geen B’s deze ochtend en bijgevolg zou er in één grote groep worden gereden. Jos, die ondertussen al zodanig gebronzeerd is dat wij hem “José” op zijn Spaans, mogen noemen, stond te blinken op zijn nieuwe bolide van het ons onbekende merk “Fifty-one”. Een ganse rit was het raden voor de anderen waar die merknaam op sloeg, maar het bleek al gauw dat het moeilijk is om met dergelijke vélo minder dan “51 km/h gemiddeld” te rijden. Als de José op kop kwam, kraakte de rest in al zijn stramme voegen. Dus wellicht komt de merknaam van daar, want blijkbaar is het een Iers merk en zeg nu eerlijk wat heeft Ierland op vlak van koers ooit betekend, afgezien dan van Sean Kelly, Stephen Roche, Dan Martin en recenter Ben Healy. Dus afwachten of het een succes gaat worden met die “51”. En trouwens, had het merk “69” geheten, ‘t zou geen zicht zijn hé, om de José achterste voor op zijn fiets te zien zitten …


Via Aalst ging het naar Hofstade waar we naar ik mij herinner, de eerste keer in de geschiedenis van de club rond de kerk reden. Allez, niet volledig rond want anders kwamen we weer op hetzelfde punt uit, maar toch bijna rond. Daarna ging het via de Zijpstraat waar wij geheel verkeerdelijk dachten dat ijshoeve Keymeulen daar gevestigd was maar die ligt uiteraard in de Babbelaar. En van Babbelaar gesproken, Bill was ook terug in onze middens na een weekje inactiviteit ingevolge het “acuut vermoeidheidssyndroom”, de iets minder vermoeiende vorm van zijn chronisch broertje. En aan zijn conditie te zien was het virus al volledig uit zijn lijf. Als hij zijn ketting achteraan naar “den 11” snokte wisten we hoe laat het was, en zijn carbonnen vélooken ook. Hij gaat hem eens in stukken vaneen trekken é met zijn beenhespen waar zelfs André Gorilla Greipel een puntje aan kan zuigen, figuurlijk dan é. Maar vandaag bleek dat niet het geval en toonde zijn Specialized wel enige veerkracht en robuustheid.

Als je daartegen de Jelle ziet met zijn smalle beenstampers die zoveel omwentelingen moet maken dat het precies een ventilateur op de hoogste stand is. Gelukkig heeft hij nog steeds zijn onafscheidelijke rugzak als was het de bult van Quasimodoken mee, waar hij meer te onpas dan te pas: noten, havermout, veganistische koninginnenbrij, alaam en zelfs wc-papier uit tovert. Het is dan ook altijd uitkijken voor de rest als hij met zijn Cirque du Soleil-imitaties door de groep laveert. Maar tot op heden mogen we nog geen valpartijen noteren, voor de rest althans niet, voor de Jelle daarentegen…


Ondertussen ging het tegen een wel heel strak tempo dat niet onder de 30-31 zakte, richting Schellebelle waar wij een gravelstrook van enkele kilometers voor de wielen kregen. Gelukkig was de “gravie” goed gedraineerd en bolden de ministeentjes als zachtlopend asfalt, dat bleek dan ook toen de groep in tweeën scheurde en er vooraan, tot grote ergernis van lokale wandelaars en gezinsfietsers, een grote snok werd aan gegeven. Ach ja, die jeugdige onbezonnenheid é…



Via fietssnelweg F4 ging het dan richting Lammeken, dat we voorbij waren zonder dat iemand van ons er erg in had. Het is dan ook onooglijk klein zoals een lammeke meestal is. Ooit heb ik eens de naam van het gehucht etymologisch verklaard maar gezien de desinteresse in dit piepkleine dorp binnen de groep ga ik mij hier onthouden van een herhaling. De geïnteresseerden kunnen het uiteraard terugvinden in mijn 1.153 ste verslag ergens in maart 2018. Maar het toont wel aan dat wanneer de snelheid begint te primeren de interesse in cultuur omgekeerd evenredig begint te zakken. Geen van de profs in het peloton kan na de koers ook maar één zinnig woord uitbrengen over een kathedraal, rotsformatie of bruine kroeg die zij tegen 50 km/h gepasseerd zijn. Sommigen proberen dat dan te compenseren door eens een Kiekeboe of Playboy te lezen ’s avonds als hun Playstation 5 kapot is. Of ze volgen eens een cursus oenologie, een geleerd woord voor wijn zuipen.

Nog voor we het wisten waren we in Uitbergen, niet uit de bergen, want die waren er niet vandaag, maar wel in de deelgemeente van Berlare. En wie lag er daar weer op de loer? Just, de vijandigen boer! Ooit had hij ons al bijna met zijn kar, die toen volgens Jo “met geen kloten in orde was”, van de weg gemaaid en nu reed hij rond met zijn nieuwe tractor en daarop een wielertoeristenhakselaar! Ons de weg versperrend in een smalle straat, tergend traag vooruit kruipend en wanneer we zijn mastodont tot op een paar centimeter waren genaderd, LINKS AFSLAAN ZONDER PINKER! Dat was buiten Kris DB gerekend, die de lozen boer eens de boerenpsalmen ging lezen. Zonder ook maar te verpinken, negeerde deze Kris zijn tirade en stapte hij gewoon….de andere kant van zijn tracteur uit. Iedereen een goed gevoel: Kris blij dat hij het hem eens goed had gezegd en de boer dat hij Kris gewoon genegeerd had. En wij weer weg…

Uiteraard werd er in volle finale van in Baardegem nog wat gekoerst, de gas open en spelen alsof we in de voormalige Dauphiné rondbolden. Deze krachtinspanningen moesten op deze vaderdag dan achteraf ook rijkelijk worden weggespoeld met energydrinks, carborepen, isotone waters en andere versnaperingen, eigen aan het profdieet. Gelukkig heeft sportcafé Bij Ingrid en Davy een rijkelijk gevulde voorraad van al wat een sporter nodig heeft. Toen er werd afgerekend om 13:20 moest er dan ook wel uit de zwarte kas worden bijgelegd door de President, zoveel sportrepen en drankjes waren er genuttigd. Ondertussen stonden thuis de mosselen al open, was de voorverpakte spaghetti al doorprikt en opgewarmd in de microgolf en kon er eindelijk eens een pilsken of Orvalleken worden gedronken.

Tot volgende week!

El Churto