Op 1 mei, op het Feest van de Arbeid, vonden wij het nodig om onze dag verlof nuttig te besteden en wat ontspannende arbeid te leveren door heen en terug te fietsen naar de badstad der arbeiders en racisten: Blankenberge. De naam zou eigenlijk ook kunnen hebben toebehoord aan een bergdorpje in Zuid-Afrika ten tijde van de Apartheid, maar doet hier menig buitenlands toerist met verstomming slagen dat het gewoon een Belgische badplaats is waar het hoogste punt de trap naar het casino is. Op deze feestelijke, werkloze dag, hadden we de goeie weergoden achter ons, want er werd stralende zon voorspeld, temperaturen tot 25 graden en wat verkoeling door een lichte bries uit het zuidoosten. Dat wil dus zeggen dat we de heenrit de wind in de rug zouden hebben.
Met elf bonkige zeevaarders stonden we vrijdagochtend om 8 uur aan de start om de rit van 221 kilometer tot een goed einde te brengen. Twee van de deelnemende deelnemers hadden een eigen interpretatie aan de rit gegeven. Jean was al voor dag en dauw vertrokken van Balegem naar Meldert, en zou met ons tot in Blankenberge fietsen, en met de lieftallige Patricia huiswaarts keren. Peter, die had familiale verplichtingen en zou na 50 kilometer rechtsomkeer maken om zo met 100 kilometer op de teller, zijn terrasstoelen op te zoeken. Ook Stefano Di Longo vond 221 kilometer toch wat weinig en zou er met zijn heen en terug van Denderleeuw, nog een 24 bij doen. Er zijn mensen die wanneer ze 24 kilometer hebben gefietst nooit nog op een fiets zouden kruipen, wat dan gezegd als iemand er maar efkes 245 voor zijn plezier doet.
Wie er ook verbazingwekkend opdaagde om onze monsterrit aan te vatten, was onze “youngster” van de club, de 17-jarige Carsten! Toen ik 17 jaar was, had ik wel andere dingen aan mijn hoofd dan op een ontiegelijk vroeg uur 221 kilometer te gaan fietsen, met een bende “ouwe zakken”. Maar de Carsten is niet van één wielermicrobe gebeten, maar van een gans leger! In zijn traditioneel UAE kostummeken waarvan zijn broekzeem altijd ergens tussen zijn knieën hangt, zag hij het wel zitten, en wilde hij al wat afstandsrecords op zijn jonge leeftijd afvinken. Als dat maar goed kwam…
De President, op zijn nieuw “masjien” na diefstal van zijn vorige, de Scalle, Thierry, Kris DB in absolute topvorm en Bill die verrassend genoeg ook nog aansloot, stonden eveneens te popelen om deze fietsmarathon tot een goed einde te brengen. Met een zeewaterpistool werd het startschot gegeven en via Aalst ging het naar Lede, waar ondergetekende al eens lek reed na een kilometer van wegenwerken waar het laveren was tussen stenen, gravel en staalplaten. Gelukkig zijn mijn wielen niet “tubeless of op melk” en wilde Bill zijn persoonlijk record “banden vervangen zonder lepeltjes” scherper zetten. Helaas voor hem en mij was de reservebinnenband voorzien van een te korte “souspape” en moest Kris DB zijn binnenband mét verlengstuk, ter beschikking stellen. Maar desalniettemin was de band rap vervangen en ging het via Massemen en zo richting Gent. Om niet te veel last te hebben van tramsporen, hipsters met bakfietsen en linkse rakkers, volgden wij het fietspad langs de ringvaart. Altijd wel serieus uitkijken daar voor de kruisende auto’s, maar met Bill op kop raakten wij zonder kleerscheuren voorbij Gent. Het moet gezegd, qua fietsaccommodatie doet deze stad wel echt zijn best om alles af te stemmen op de tweewieler. Dat kunnen we alleen maar toejuichen.
Eens ter hoogte van Drongen moest Peter huiswaarts keren en maakte hij links ommekeer ipv rechts. Hij zou al op zijn terras zitten vooraleer wij Blankenberge nog niet hadden bereikt. De heen weg werd door ondergetekende langs binnen ontworpen, de terugweg zou eerder langsheen het water zijn. De heenweg was dan ook merkelijk langer, maar gevarieerder. Tussen groene weides en schaduwrijke bossen ging het richting West-Vlaanderen. In de buurt van Beernem, vlakbij de vele jeugdinstellingen, werd onze jeugdige vriend door een appelflauwte geraakt. Bij het openen van een versterkende sportreep, raakte hij van de baan, en dook een vers geploegd patattenveld in. Net als in de film dook hij met het aangezicht de mulle, droge aarde in en die combinatie met een bezweet hoofd, deed hem opstaan als Zwarte Piet! Het gezicht, de ogen, de mond, de oren, hingen vol Westvlaamse vruchtbare, boerengrond. Uiteraard werd er gewacht of hij zich niet had gekwetst, en toen het bleek dat hij enkel jeugdige imagoschade had opgelopen, schoten de toeschouwers in een bulderlach die tot in Blankenberge te horen was. Nog erger besmeurd dan de profs die een stoffige Parijs-Roubaix hadden gereden, kroop Carsten weer op de fiets en zijn brede glimlach stelde ons opnieuw gerust. Wij weer op weg, nu honderden old-timers kruisend die ook het mooie bosrijke landschap rond Aalter doorkruisten. Jean kreeg ondertussen schrik dat wij nooit de zee zouden zien voor het donker, en in dat geval zouden we ze ook niet zien want dan zou het te donker zijn.
Maar met een gemiddelde snelheid van 29 km/h, niettegenstaande het draaien en keren, bereikten we om 12:30 al de Koningin der Baddorpen. Daar was het over de koppen lopen. Het leek wel of gans België met dat goed weer naar de kust was afgezakt. Behalve Jo dan want die zat nog in Zwitserland, Gil Gelders naar de 110 de plaats te schreeuwen in de Ronde van Romandië, terwijl hij zelf daar de ene na de andere Col aan het bedwingen was. Van een hoogtestage gesproken! Maar wij hadden dus andere dingen aan het hoofd. In Beachbar Sofie en Matthias (oké de naam kon wat exotischer), werden wij verwacht door Patricia die weer maar eens een waar wielrennersbuffet had klaargemaakt voor ons. In de gezellige bar moesten wij maar aanschuiven onder een stralende zon en konden wij ons te goed doen aan, aperitiefhapjes en winegums, pasta-en fruitsalade en kregen we ook nog een rijsttaartje en banaan mee! Het eten viel bij ondergetekende nogal zwaar, want plots zakten de achterste poten van mijn stoel weg in drijfzand en moest ik met een takelwagen onder luid gelach gered worden uit mijn hachelijke situatie. Nu besefte ik pas hoe bultrug Timmy zich moet hebben gevoeld, daar liggen spartelen op een Duitse zandbank!
Het viel wel op dat niemand van de deelnemers, behalve Jean dan, zich waagde aan een alcoholische versnapering. Zelfs de Scalle dronk cola! Iedereen was dan ook beducht voor de terugrit want de wind bleek toch wel wat sterker te blazen dan verwacht. Na een afscheidsknuffel met Jean en vooral Patricia zetten we opnieuw koers naar Meldert. Maar eerst moesten de Polders worden doorkruist. En men spreekt altijd van de Moeren, maar in de Uitkerkse Polders kan het ook serieus “trekken”. Het viel op dat het ondertussen al veel stiller was in ons peloton in vergelijking met de heenrit. Ondertussen zagen we de benen van onze jonge Carsten stilaan leeg lopen. Zo een afstand voor zo een jonge kadee is dan ook niet te onderschatten.
Wanneer we Gent bereikten, via kronkelende fietspaden en fietsersbruggen en door een volkse buurt fietsten met feestvierende arbeiders van vreemde origine, werd besloten om nog eens een welkome stop in te lassen. Op het terras van cultuur en buurtcafé Botèco was het dan ook goed toeven. Zo goed zelfs dat Bill besliste de kosten op zich te nemen. Een knappe terraszitster vond ons blijkbaar zodanig sympathiek dat zij de restanten van haar bierplank aan ons gaf omdat ze het niet meer opkreeg. Carsten genoot van de overdaad aan olijven, kazekes en salamikes. Maar na een “homemade lemonade en iceteas” moesten de laatste 40 kilometers er nog aan geloven. De tussenstop bracht maar even wat minder spanning op de beenspieren van onze jonge copain, en Kris DB, wellicht de sterkste man in koers, bracht Carsten al duwend steevast terug in de kop van de koers. Bij iedere tussenversnelling of molshoop moest hij echter weer de rol lossen. Zelfs de Wiezebrug en de Sasbaan lijken op zo een moment onoverkomelijke cols. Maar dat hij karakter heeft, dat staat als een windmolen boven Blankenberge. Om 18:30 uur met 222 kilometer en een dikke 27 km/h gemiddeld op de teller werd ons mooie Meldert bereikt en keerde iedereen moe maar voldaan huiswaarts, waar toch wel een kleine aperitief dik verdiend aan de lippen werd gezet. Bedankt voor de companie, copains!
El Churto
