Bijna onmogelijk om een ritverslag van een klein en sympathiek wielertoeristenclubken te schrijven op de dag dat Wout Van Aert zijn eerste Parijs-Roubaix wint. 8 jaar geleden stierf, bij de eerste deelname van Wout aan Parijs-Roubaix, de renner en ploegmaat Michael Goolaerts. Wout deed toen de belofte dat hij ooit de kassei, die als trofee aan de winnaar gegeven wordt, in de lucht zal steken ter nagedachtenis aan Michael en zijn familie. Wout hield woord en bij het overschrijden van de finish, wees Wout meteen met de wijsvinger naar de hemel. Missie volbracht en schuld afgelost.
Er zijn boeken geschreven, series gemaakt, reportages gedraaid, helden gemaakt en zelfs huwelijksaanzoeken gebeurd op de wielerpiste in Roubaix. De helle-klassieker in het noorden van Frankrijk blijft één van de strafste koersen om te rijden en te winnen. Matthieu Van Der Poel kon geschiedenis schrijven door deze klassieker 4 maal te winnen en zo onze Belgische renners Tom Boonen en Roger De Vlaeminck te evenaren. Maar helaas, pindakaas. En dan dat ander fenomeen, Tadej Pogacar. Zelfs na een update uitgevoerd door de IT’ers van UAE en na een nacht opgeladen te zijn aan de zonnepanelen, kwam hij meer dan een fietslengte te kort in de sprint met twee om de overwinning te claimen. Karl Van Nieuwekerke sprak de memorabele woorden: “Wout gaat naar de fietshemel. WoutWoutWout.”
Wat in deze periode van het jaar ook altijd de kop opsteekt, zijn de vele zogenaamde wielerspecialisten. Iedereen heeft wel zijn standpunt dat hij met hand en tand wil opdringen aan de andere zogenaamde wielerspecialist. Wat één van de gemakkelijkste beroepen deze tijd is, is wieleranalist zijn. Je bent een halve week aan het verkondigen hoe alle renners de koers moeten aanpakken, welke tactiek ze moeten hanteren en welk materiaal ze moeten gebruiken. Op de dag van de wedstrijd zelf, vertellen ze wat ze op dat moment zien en indien het niet gebeurt zoals ze verkondigd hadden, komen ze steevast af met het excuus dat niemand deze situatie zag aankomen en eens over de renners de meet hebben overschreden, komen ze nog 3 dagen af met het wijzende vingertje dat de renner of ploegdirecteur in kwestie, dit en dat fout gedaan hebben en dat ze het anders aangepakt moesten hebben. Na deze dagen zijn ze uitgepraat over voorbije wedstrijd en begint het spel van achter de kaart te spreken terug. Ik krijg er in ieder geval stalen kl*ten van…
Over naar de vroege orde van de dag dan. Met 15 stervelingen stonden we aan de start van de rit die ons deze keer over de taalgrens zou leiden. En eens het Vlaamse luik bijna achter de rug ligt, komen er ander hoofdrolspelers ten tonele. Zo waren Katrien DN en Hans VDM opgeroepen om de specialisten van de Vlaamse wegen, Pascal en Kurt, te komen vervangen. Maar of zij de verwachtingen kunnen inlossen, is een andere vraag. Richting Waals-Brabant betekent ook constant hoogtemeters overwinnen en weinig recuperatietijd daartussen wat Dirk aan de lijve mocht ondervinden. De laatste 15km waren dan ook eerder martelgang dan een zwanendans. Als goede huisvader kon hij dan ook op mijn steun en aanmoedigingen rekenen om heelhuids in onze stamkroeg te geraken. Stipt om 8uur, 30minuten en 25 seconden namen de 2 dames, Katrien en Yentl de start voor hun rekening met Hans in hun kielzog. Er moest toch iemand op deze dames letten of afgereden worden nu André nog steeds aan het sukkelen is met zijn gebroken ribben na een eerdere val. De eerste hoogtemeters boden zich dan toch al vlug aan in de vorm van de Broekstraat. Katrien en Yentl hebben Hans tot op de dag van vandaag niet meer gezien, aangezien zij niet achteruit keken en zich er niet van vergewissen dat Hans een andere route in gedachten en vooral benen had. Onze route leidde ons via Ternat richting Sint Martens Lennik waar de rest van de hoogtemeters zich spontaan onder onze wielen schoven. Niet Smalhout maar Breedhout werd aangedaan en dan weet men dat het niet lang meer zal duren vooraleer men ons kwaad gaat bekijken wanneer we onderweg weg, put roepen bij de oneffenheden in het Waalse wegdek. Put betekent in het Frans namelijk iets anders.
Eens Tubeke of was het Tubize bereikt, ging het glooiend richting Sainte Vierge om zo via Wisbecq de wind terug in de rug te voelen richting het mooie land, mijn Vlaanderenland. De Heiligen Pierre en Martin lieten we aan onze rechterhand liggen en bij het oversteken van de Drève de la Chapelle werden de Franstalige straatnamen terug vervangen door Molenhofstraat en Bosstraat. Via Bogaarden komen we aan op de markt van Lennik waar we doorreden naar de nooit, droge bron van Sint Kwintens Lennik. En een rit zonder rommelmarkt is een ongereden rit. In Wambeek stonden de straten zwartgeblakerd van snuiteraars en verkeerd geparkeerde auto’s. De vriendelijke wijkagent, ja er zijn er nog, gebood zelfs de aanrijdende bestuurders te stoppen zodat wij veilig en wel ons richting Affligem konden begeven.
Na 75km en een 900 hoogtemeters konden we enkel besluiten dat het terug een sjikke rit was die de afwezige parcoursbouwer ons had doorgestuurd. Uit gewoonte lieten we aan de ons vertrouwelijke ronde tafel bij Ingrid, een stoel vrij voor Pascal. Zelfs Ingrid noteerde al een PintjePascal op haar bierviltje, dat dan maar door Thierry werd binnengetrokken. Orvaliumsen Witkappen werden snel geconsumeerd om toch maar niets van de laatste 150km van de Helleklassieker te missen. Manmanman, iedere deelnemer aan deze koers heeft achteraf zijn eigen verhaal en te maken gehad met problemen onderweg. Zelfs voor de laatste renner die kost wat kost de finish wil bereiken, ook al wil dit soms zeggen dat hij over de gesloten poort moet kruipen, worden menig koerspet afgenomen.
En wie Wout Van Aert zegt, denkt meteen aan Herentals. En wie Herentals zegt, zegt Rik Van Looy en wie Rik Van Looy zegt, denkt meteen aan Noorderwijk en wie Noorderwijk zegt, denkt meteen aan café De Welkom en wie café De Welkom zegt, denkt meteen aan het walhalla van de koers. En inderdaad, op weg naar een weekje ertussenuit in Mol, werd er een kleine plaspauze ingelast, toevallig 20 meter van café De Welkom. Inderdaad, hier kan men gerust een tijdje vertoeven om alle relikwieen en het stalletje gewijd aan Van Aert te bekijken. Afspraken met de eigenaar van dit café werden al gemaakt om hier eens een tussenstop te maken bij één van ons volgende ritten. Wordt vervolgd.
In ieder geval,
Tot de volgende…
De PDG.
