Na de hectiek van afgelopen dagen, wordt nu koste wat kost tijd gemaakt om een ritverslag te schrijven van afgelopen fietsrit. Na een weekje ertussenuit te zijn in het mooie Kempen, zou u denken dat hectiek het laatste is wat men mag verwachten. Laat ons het erbij houden dat de reis ergens naartoe, altijd spannender is dan de eindbestemming. Dat de jacht schoner is dan de vangst. Dat het streven naar, mooier is dan het hebben van….
Ik bespaar jullie de details van het reisverslag Mol – Meldert, maar bij enkele kernwoorden kan en mag u zelf de plaatjes inkleuren en de puzzelstukken leggen: A12 – gerammel en geklingel – toeters en bellen die afgaan op de boordcomputer – parking – stoom - takeldienst – nachtelijke thuiskomst. Regisseur Steven Spielberg zou er een driedelige film van maken met 12 Oscarnominaties.
In ieder geval, zondag zou de parcoursbouwer ons mild gezind zijn en een vlakke rit voor ons uittekenen. Ware het niet dat een vlakke rit ook een iets langere afstand betekent en dat het tempo zeker en vast de hoogte zal inschieten. Normaal heb je tijdens een ritje als schrijver van het verslag even de tijd om te mijmeren en alles rustig op te nemen in de grijze massa om het daarna neer te pennen, maar deze keer was er hier geen sprake van. Het startschot was nog maar gegeven of Stefano Di Longo en Carsten, de jongste welp uit de kudde, namen de leiding in handen en demarreerden nog voor de Putstraat als een bende losgelaten Hollandersop de pannenkoekenboot. Op de enige echte hoogtemeters van de dag zouden zij strijden voor de bergpunten en de bijhorende bolletjestrui. Het antwoord wie uiteindelijk de punten op zijn conto mocht schrijven, moet ik u jammer genoeg schuldig blijven. Ik was de prut nog uit mijn ogen aan het wrijven, en zij waren al in de Groenstraat. Tot Buggenhout was het nog een gezapig tempo, maar eens voorbij Sint-Amands werden de duivels zeker ontbonden. Als trouwe WTC-volger weet u dat wij binnenkort een bedevaartstocht gaan ondernemen van Meldert naar Toulouse. Ik heb geen angst om Toulouse te zien en te sterven, maar de meeste angst wordt mij ingeboezemd dat ik Toulouse moet bereiken met deze athleten. Stilaan tekenen zich bij sommigen de aders op de benen af, worden vatjes veranderd in six-packs en gereden kilometers worden steevast uitgedrukt in centuries terwijl bij mij eerder een gaatje meer moet gemaakt worden in de broeksriem en mijn cupmaat van B naar C verandert. Temse was ons keerpunt en via Tielrode en Hamme bereikten we vliegensvlug Denderbelle. Net voor we de Bellebroeken zouden indraaien, moesten we nog halt houden aan een gesloten overweg. Het is te zeggen, enkel Carsten moest halt houden aan de overweg. Wij waren met ons achterwiel net over het laatste spoor, als het belsignaal ons verwittigde dat de trein naar Oostende kwam aangestormd. De trein raasde voorbij en wij trokken ons terug op gang om de laatste kilometers van onze tocht af te werken. Plots draaide Peter zich om en riep hij nog enkele woorden naar ons waar wij geen deftige zin mee konden bouwen. Later bleek dat hij stopte om even dag te zeggen bij een ex-collega was die hij al jaren niet meer gezien had. Omalle onduidelijkheid, duidelijk te maken werd er even halt gehouden zodat Peter veilig en wel kon aansluiten maar waarbij Carsten zo traag reed, dat hij kantelde. Ja, eens de snelheid in de man is, is traagheid fataal. Meer dan wat jeugdig vel op het asfalt en den bast van de knie, hield hij er niet van over. We zullen hem bij thuiskomst wel in de goede handen van Ingrid duwen om hem de eerste hulp toe te dienen. Ingrid zelf zou er wel geen probleem van maken om nog eens over jonge en zachte benen te strijken. Ze voelde er zichzelf ook twee keer zestien jonger door. Eens voorbij het voetbalveld van De Vlugge Jongeren van Baardegem werden we begeleid door de plaatselijke wijkagent. Hij zorgde ervoor, dat met zijn aanwezigheid achter ons, geen enkele auto ons rakelings zou voorbijsteken. Een beetje veiligheid op de baan cannoo(i)t kwaad….Voor alle zekerheid namen we aan drankencentrale Nuelant toch maar mooi het fietspad, je weet maar nooit.
Ondertussen ging er in Valkenburg aan de Geul ook nog een wielerklassieker van jewelste door. De Amstel Gold race. Genaamd naar en gesponsord door het Amstel bier. Nou ja, bier. De race zou misschien beter de Amstel Brol race noemen. De race werd gedomineerd door 2 renners van groot kaliber en klein gestalte. Remco Evenepoel en Mattias Skjelmose zouden na meer dan 6 uur in het zadel sprinten voor de overwinning. Mattias Skjelmose is ook niet de eerste de beste. Vorig jaar legde hij immers in dezelfde wedstrijd, Evenepoel en Pogacar het zwijgen op en ging hij met de zegebloemen aan de haal. Weliswaar door de laatste kilometers geen meter meer op kop te rijden en te veinzen dat hij er lossendoor zat. Na de rit kreeg hij zelfs de bijnaam, Skelm-mose. Maar dit jaar was Remco al eens op audiëntie bij Jean geweest en wist hij beter dan ooit hoe hij deze sleper moest aanpakken. Evenepoel eindigde op het hoogste schavotje. De gladiatoren op het podium krijgen bij de huldiging ook steeds een Amstel bier aangeboden. Volgens het (bij)geloof van Remco bedankte hij voor de goudgele rakker en zetten hij het limonadeglas netjes op het daarvoor voorziene reclamebord. Oumi glunderde van fierheid.
En als u zich afvraagt wat er met onze vaste columnist is gebeurd, zal u moeten wachten tot volgend verslag….
Tot dan,
De PDG.
