Nog 61 dagen scheiden ons van de “Grand Départ”, neen, niet die van de Tour de France maar van het grote avontuur Meldert-Toulouse! De plankenkoorts, den drive, de goesting begint dan ook alsmaar te groeien, en werkt blijkbaar zelfs aanstekelijk, want het blijft inschrijvingen voor Toulouse regenen binnen onze kleine club. Ondertussen zijn we al met tien fietsers die het volledige traject zullen proberen afhaspelen, vier medeleden die het tot Chateauroux gaan uitzingen en onze twee begeleiders die hopelijk ook tot Toulouse bij ons zullen blijven. Dat we met de club in een goede flow zitten, was deze ochtend dan ook te merken aan het aantal starters dat zich aandiende, ah ja want een starter die zich niet aandient kan niet starten.
Met 23 waren we, althans als we goed geteld hebben in de ochtendlijke mist. Tot zoverre al het record van het seizoen. We mochten trouwens alweer een nieuwkomer verwelkomen. De jonge Karsten die vorige woensdag al eens kwam proeven van het wtc-gevoel, was voor een tiener van zijn leeftijd wel heel vroeg uit de veren. En hoewel we vorige woensdag een beetje sceptisch stonden tegenover zijn deelname waarbij wij dachten dat “da manneken” het geen 10 kilometer zou uithouden, kletste hij er op het einde van de rit nog een paar gevestigde waarden af. Een natuurtalent zoals men iemand noemt die van bij de wieg al blijkt voorbestemd om anders dan zijn leeftijdsgenoten in iets uit te blinken. Dat er fysieke en cyclistische gelijkenissen zijn met Bill, in zijnen jongen tijd, berust volledig op louter toeval. Ouderdomsdeken en ervaren rot in het koersmilieu, Jean, opperde na de rit om Karsten al de geneugten van sportdrank Orval te leren kennen maar daar hebben we streng op toegezien dat onze jonge vriend het rechte pad blijft bewandelen.
Aangezien er ondertussen op bijna alle dagen van de week wel één of meerdere leden, samen of alleen aan het trainen zijn en de conditie al redelijk hoge toppen scheert, moest er ook niet langer gewacht worden om eens wat hoogtemeters in de rit te steken. Parcoursbouwer-van-dienst, Jo, sloeg eerder op de week dan ook aan het uittekenen van deze zondagse rit. Een eerste blik op de hoogtemeters deed toch wel al wat klimwerk vermoeden. Als dat in vorige seizoenen in de vierde rit zou hebben gezeten, er zou moord en brand geschreeuwd worden en de parcoursbouwer zou midden op het Meldertse dorpsplein aan de schandpaal zijn gehangen en besmeurd met pek en veren. Maar nu? Geen probleem, in de aanloop naar de meerdaagse Toulouse trip is geen hoogtemeter te hoog en geen kilometer te ver. Er zijn collectief dan ook al heel wat kilo’s verloren. Een wijs ploegleider zei trouwens ooit :” Een kilo minder mee omhoog, houdt het zeemvel droog!”. Dit indachtig wordt er hier en daar al eens een drietal maand zonder alcohol overleefd of wordt er met een boog rond “smokkel” en “koekskes” gefietst.
Over naar de orde van de dag, onder de 23 aanwezigen ook 4 leden van het B-Team. Dirk nam Yentl, Els en debutant van het seizoen, Glenn mee op sleeptouw. Dit viertal werd gegangmaakt door het bijna 78-jarige oud-lid Freddy die op vraag van Yentl zijn elektrisch ondersteunde mountainbike had opgeladen en die geheel belangeloos het kwartet uit de wind kwam zetten. De 19 anderen trokken zonder sherpa’s richting Congoberg. En een groep van 19 fietsers is eerlijk gezegd al redelijk imposant om te zien voorbijfietsen. Menig voetganger bleef dan ook even staan om onze groep te monsteren, en vooral onze nagelnieuwe, high-end uitrusting oogde blijkbaar veel bijval, want menig mond van de toeschouwer viel gewoon open van stomme verbazing. Misschien was het ook wel een beetje omdat Pieter meefietste, die ook debuteerde dit seizoen, en misschien ook wel van de twee vorige seizoenen. Maar joviaal als wij zijn, wordt daar met geen woord over gerept é. Hij had dan ook een geldig excuus aangezien hij vandaag pas de eerste keer op penitentiair verlof mocht na zijn aanvaring met een lange arm der wet.
Jo verraste alles en iedereen van bij het begin van de rit want, het traject dat hij had uitgetekend was ongezien, zelfs ongefietst. Hier en daar werden korte lussen doorspekt met nijdige hellinkjes, en werden er wegels aangedaan waar wij nooit eerder kwamen, misschien was het wel omdat ze niet echt geschikt waren voor een koersfiets, maar er kloeg niemand - naar het schijnt is “klaagde” nu trouwens ook correct Nederlands. De eerste echte helling was Berchembos, waar er op de kop al eens deftig aan de bel werd getrokken zodat er achteraan al een eerste protje vanonder het zeemvel ontsnapte. Gelukkig konden we daarop de Woestijn naar beneden fietsen recht naar de Drie Egypten - een naam die ik nooit heb begrepen aangezien er maar één Egypte is - maar door al dat woestijnzand moeten er zich toch wel wat schurende korrels in mijn zadelbuis hebben genesteld. Stilaan begon ik dan ook hoogte te verliezen en weg te zakken tot op het spreekwoordelijke niveau van de President en De Scalle. Een eerste depannagestop drong zich op op de top van de mooie en lange Kasteelstraat. Ondertussen kwamen mijn knieën bij het trappen al ter hoogte van mijn oren. Met wat commentaar en hoongelach, wellicht puur uit “jaloezeriederoi”, was dit korte oponthoud snel voorbij. Op naar de Congoberg, waar ooit koppensnellers de bossen onveilig maakten, en waar nu enkel over de kinderkopjes wordt gesneld komende vanuit Winnik. Maar ook hier wist Jo ons te verrassen door via één der zijkanten de berg aan te vallen, en voor we het wisten, waren we boven, het was dan ook de makkelijk beklimbare kant. Voor de fun doken we niet lang daarna de Dendervallei in, maar niet voor we opgehouden werden door een camionette van Sardonis, u weet wel, dat addergebroed uit de top-detectiveserie Merlina. Die waren daar gewoon vanuit hun camionette een wielertoerist aan het proberen door het passagiersraampje te trekken!!! Maar toen ze ons peloton zagen komen, staakten ze maar snel hun snode plannen en weg waren ze.
Vanuit de Dendervallei in Zandbergen mochten we van Jo-parcours nog eens uit de put klimmen en weer zakte mijn zadelpen onder het vriespunt en mijn poging om met de eersten boven te zijn, werd dan ook in de kiem gesmoord op mijn kinderfietsken. En aangezien ik niet over de benen van Pogacar beschik, kon ik ook het peloton niet meer inhalen om te zegevieren na de Poggio. Een tweede noodhulpstop drong zich op en eens te meer werd de zadelpen hemelwaarts getrokken. Gelukkig kon ik nu wel de rit vervolledigen zonder dat ik leek op een hond die zijn gat aan de mat schuurt. Via Okegem raakten wij in Welle waarna wij nog een mijn inziens toch wat overbodig lusje maakten via Terjoden en Nieuwerkerken, om toch iets van kritiek op het parcours te hebben.
Na de afdaling van de drukke Parklaan werd via de Beukendreef naar de Affligemdreef geklommen en was het de bedoeling om eens allemaal samen te arriveren. Alleen had Bill het niet zo goed begrepen, en nog in de roes van zijn overwinning op de quiz van zaterdagavond, demarreerde hij op het steilste stukje Dreef. Peter kon niet nalaten van te demarreren en Jos, vloog er ook achter. Kris zou achteraf zeggen dat de poging om samen te blijven toch wel een zeven op tien verdiende. Peter heeft bij aankomst eerst nog een kwartiertje in de hoek moeten staan ingevolge zoveel rebellie en zijn eerste cola moest hij ook overslaan. Jos nam genoegen met een heel klein glaasje water.
De President toverde nog wat hapjes uit zijn “Ice motherfucking Tea, bitch!”-kabas en van Ingrid kregen we vers “kinnekesuiker” dat de gedachten deed afdwalen naar “reetschieten met suikerbonen”. Als het nog geen sport is, moet het zeker één worden. Thierry vroeg hierna officieel of hij ook nog meetocht naar Toulouse en de reisorganisator weeral-Jo zou dat wel nog arrangeren. Frederik werd ook licht gedwongen zijn definitieve beslissing kenbaar te maken en besliste dan ook maar om mee te gaan tot Chateauroux. Daarmee dat de inschrijvingen nu wel definitief zijn afgesloten aangezien alle marginale “kaberdouzkes”waar we onderweg zullen slapen nu ook vol zullen zitten. Na een uurtje nam Karsten ook afscheid van ons met de gevleugelde woorden :”Allez mannen, ik ben dan ook ne keer weg é! En bedankt voor de vriendschap!”. Voila, dat is nu eens een welopgevoede tiener die zijn dankbaarheid voor zijn klein gelukske niet onder stoelen of banken steekt. Hij gaat nog een grote toekomst tegemoet binnen WTC De Faluintjes!
Met zo veel levenswijsheid besloten wij dan ook onze vierde rit en daaraan gekoppelde après te beëindigen. Tot volgende week en au réservoir!
El Churto
