Vorige week zondag viel ’s morgens de regen met bakken uit de lucht. Onze opgepoetste retrofietsen met hun glimmend chroom, bleven bijgevolg op stal. Onze traditionele retrorit naar autoloos Brussel viel die dag van de regen in de drup. Oké, taalkundig gezien zal de vorige zin wel niet kloppen maar het illustreert wel onze teleurstelling bij zoveel sabotage door de weergoden. Maar niet getreurd, uitstel is geen afstel en daarom besliste onze Raad der Wijzen die voornamelijk bestaat uit de President, toch retrogewijs uit de kast te komen op de laatste officiële rit van ons wegseizoen. Oké, het was dan wel geen autoloze zondag, maar Brussel op een zondagvoormiddag is al even verkeersluw, als pakweg de Moorselse Perrekouter, om zo maar iets te noemen los voor de pols weg.
Maar dat het evenwel toch een historische zondag kon worden stond niet echt in de sterren geschreven maar wel in de Vlaamse gazetten. Het was namelijk de dag van het WK wielrennen voor de mannen. Ondanks een slechte voorbereiding van enkele WTC-protagonisten die op zaterdagavond toch al een serieuze inspanning leverden op de Tijdloze fuif nav het 60-jarig bestaan van de Baardegemse Scouts, daagden toch wel negen retroridders op. 5 verschillende soorten, WTC-uitrusting passeerden de revue. Enkel Thierry had het concept retro niet echt door en daagde op in onze huidige uitrusting. Zelfs “Retroris” had moeite gedaan, was wel twee jaar terug in de tijd gegaan en had onze vorige fluo-uitrusting aangetrokken. Kris DB, Jos en Wouter hadden wel nog WTC relikwieën gevonden in hun verkleedkoffer op de zolder. Jo, De President, Peter en ondergetekende tooiden zich in een scala van wielertruien gaande van de jaren zestig waar wol het sporttextiel bij uitstek was tot de jaren 90 toen Top Sport Vlaanderen nog niet op apengapen lag en Mercator hoofdsponsor was. Ach die nostalgie, dat doet een mens zijn hartje opspringen van blijdschap, of was het toch eerder het maagzuur dat opspeelde na de vijftig pinten op zaterdagavond.
Maar we lieten het niet aan ons opspringende hartje komen en moedig maar trager dan op andere zondagen zetten wij koers richting onze hoofdstad. Men kan geen omelet bakken zonder de schaal te breken en bijgevolg moesten wij eerst wat hoofdstedelijke achterbuurten kruisen alvorens het toeristisch centrum te bereiken. Maar afgezien van wat slapende daklozen, enkele vuilnisbelten op de openbare weg en kapot gegooide bierglazen was de heenrit nog vrij rustig. Akkoord hier en daar moest er eens op de adem worden getrapt op één van de zeven Brusselse heuvels maar voor we het wisten stonden we voor Manneken Pis, die voor de gelegenheid eens geen kleren aanhad. Het viel ons wel op dat hij enkel in het midden glansde en dat onze kleine pisser wel eens een doucheke mocht pakken. Dat hield de talrijke aanwezige toeristen niet echt tegen en er werd dan ook “gekiekt” dat het een lieve lust was. Het liep pas echt uit de hand toen wij de Grote Markt op draaiden en een groep van Japanse toeristen ons in de gaten kreeg. Met onze atletisch afgetrainde tempels van lichamen, hielden die kleine, schriele Japannerkes ons voor volwaardige profcoureurs en uit alle beeldhoeken begonnen zij ons te vereeuwigen.
Wellicht prijken wij daar in 2027 in Nagasaki of Tokio met onze foto op één of andere topsportkalender. Voor één keer zullen we dan nalaten om ons portretrecht ten gelde te maken. Van al dat geposeer zou een mens dorst krijgen maar alvorens we onze bidon konden bijvullen, zetten we ons kunstgebit nog in de Kunstberg, waarna we ook nog de Wetstraat doorkruisten, helaas was Bart De Wever niet in de buurt maar we zouden hem iets later nog aan de lijn krijgen. Na dit korte lusje tussen de statige ambtswoningen en parlementen allerhande, trokken we door de hipsterbuurt in en rond de Vlaamse Steenweg, waar we traditioneel halt hielden aan café De Walvis. De koffies en de geuzen bleken er veel te klein e, een tweede rondje bracht wel soelaas en ook een vreemde snuiter. Een met dikke, gouden oorringen, een klak en zonnebril getooide halve zool kwam zich mengen in de gesprekken. Hij vermoedde dat Aalst 70 kilometer van Brussel lag, was saxofonist voor hij zich vermoedelijk te goed zal hebben gedaan aan een dagelijkse portie kristalsuiker, die hij neuswaarts omhoog snorkelde ofwel moet hij ooit een deel van zijn hersenen door zijn saxofoon hebben geblazen. Maar we hadden hem zwaar onderschat want middels een koffielepel maakte hij rechtstreeks verbinding met Bart De Wever die vroeg hoe wij onze mayonaise maakten. U ziet, er was wel degelijk iets mis met onze extravagante saxofonist. Toen we dan vertrokken duwde hij ondergetekende nog bijna los voorbij het rode licht in het kruisende verkeer. Gelukkig werkten mijn retro-remblokjes beter dan verwacht. Daar waren we weer goed weggekomen.
Dwars door Molenbeek, door de Mocro-Belg van net daarvoor, Marrakech genoemd, terwijl hij zelf een halve Marokkaan was, keken wij schichtig in het rond. Een verdwaalde molotovcocktail of kogel kan verschietachtig zijn. Maar Molenbeek bleek om half 11 op zondagvoormiddag zo rustig als d’Huizekes in Meldert. Na een rondje Basiliek van Koekelberg, waar ik nu nog steeds niet ben binnen geweest, doken we naar de gemeente waar men al eens naar een vogel kan luisteren als het stil genoeg is: Ganshoren. Daar wachtte de prachtige en zachtrollende “fietsostrade” richting Asse ons op. Met nog een retrorondje door het pittoreske centrum van Kobbegem, ging het via Mollem terug Meldertwaarts, waar we eens voor één keer niet het terras van Ingrid opdoken maar retro-gewijs café Marina bezochten. Hier pasten wij met onze antieke kostummekes volledig in het retro decor van het café. Tussen pot en pint werden scenario’s bedacht hoe Remco of Wout ’s avonds de rest van het wielerpeloton het nakijken zou geven. Dat één van de twee de oppergaai zou afschieten stond zo vast als den Dikken Eik van Wieze.
Later die dag zou blijken dat er zich een ongeschreven scenario afspeelde. Zowel Wout als Remco zakten door het Canadese ijs en moesten met lede ogen toekijken dat een Amerikaan, een onderdaan van Trump, wereldkampioen werd. Dik verdiend, daar niet van, maar we hadden het ons toch wel wat anders voorgesteld. Later bleek, en gelukkig werd dat niet in de pers gelekt, dat Wout en Remco ook aanwezig waren op de Scoutsfuif in Baardegem op zaterdagavond, doet daar dan nog eens de jetlag bij van de nachtelijke vlucht naar Canada omdat ze op tijd aan de start moesten staan, dan moet ik er geen tekeningsken bij maken é. Moesten Oumamiken en Sarahken dat weten, ’t kot zou te klein zijn, maar gelukkig is hun geheim veilig bij ons.
Volgende week zaterdag is het onze traditionele Kroegentocht, en “what happens on the Kroegentocht, stays on the Kroegentocht”, dus geen verslag hierover want de GDPR-dinges is daar volledig tegen. Waar de profs een gans jaar toewerken naar het WK, trainen wij een gans seizoen voor de Kroegentocht. Iedereen zal dus in topvorm aan de start staan, en hopelijk ook de eindstreep halen! Tot volgend seizoen en bedankt aan de trouwe lezers!
El Churto
