Gapende wonden na de Gapenberg

Deze zondag leek er geen ontsnappen aan, regen werd er voorspeld en regenen zou het. Dankzij alle moderne weerapps is het mogelijk om tot op de minuut en tot op de meter te voorspellen waar er een bui gaat vallen. En iedere beschikbare weerapp voorspelde hetzelfde, nat zouden we worden. Daarom dat bij de start om 08:30 uur er slechts 7 WTC-leden angstvallig de lucht in het oog hielden waar er op dat moment al druilerige druppels uitvielen.


Parcoursbouwer Jo kwam ons even uitzwaaien met zijn trouwe viervoeter en ook Kris DB hield het al voorafgaandelijk voor bekeken en kwam ons ook samen met wederhelft en hun trouwe viervoeter een hart onder de riem steken. Thierry had voor de eerste maal zijn “eventvest” van de club aangetrokken, een kledingstuk dat zowel regen als wind en zweet tegenhoudt als de pluimen van een muskuseend. Het viel ons echter op dat de sponsors op rugzijde wel uit heel exotische bestemmingen kwamen zoals Kasterlee, bovendien was de reclame er dan ook nog eens in het wit op gedrukt in plaats van in het goud zoals bij de rest. Kris DB schoot onmiddellijk in actie, nam een foto en stuurde nog ter plaatse een boze mail naar Vermarc. Degene die die vest heeft bedrukt zal op maandag ook wel een dikke Havanna-sigaar mogen doempen van zijn patron.


Nog even werd er gedraald maar onder afwezig applaus werd er dan toch gestart. We waren echter nog maar goed en wel Essene door, dus vier kilometer na de start, en Carsten was al in geen velden of wegen meer te bespeuren. Ook Peter, die normaal altijd op de kop te vinden is, leek van de aardbodem verdwenen. Twee minuten werd er gewacht waarna wij ons alle 5 omkeerden en op zoek gingen naar onze twee metgezellen. Plots daagde Peter alleen op uit de grijze druilregen, regenjack wijd open en racen dat het geen naam had. Hij deed ons de droeve mededeling dat onze youngster zijn steven huiswaarts had gekeerd ingevolge zware benen. Hij voelde na één kilometer al dat het bergop niet ging, zo vertelde hij. Tja, die jonge gasten é…


Toen waren ze nog met zes. Het bleek al na een paar kilometer dat de parcoursbouwer deze keer had gekozen voor heel landelijke, smalle wegen. En wat rijdt er op dergelijke wegen ook? Tractoren en paarden! Dus modder, paardenstront en vies, bruin regenwater spatten ons van in den beginne om de oren. Het was dan ook vechten om kop te rijden, want daar wordt ge niet besmeurd door uw voorganger. Ondertussen waren we allemaal aan het chambreren in onze plastic regenjacks. Dat is als fietsen in een sauna maar dan in eigen nat. In Welle bleek de regen gestopt en beslisten wij om onze “toil-cirées” uit te trekken. We zouden ze later weer moeten aantrekken…


In Nederhasselt werd onze weg plots geblokkeerd door een grote feesttent van de lokale kermis. Als we ons al niet laten tegenhouden door wat regen, dan zeker niet door een feesttent! Wij dus erdoor, even poseren voor het podium waar een bereidwillige dame met hond ons op de gevoelige plaat wilde vastleggen en dan door de lokale rommelmarkt, waar amper vijf kramen stonden gezien het schitterende weer. Het verkeersbord met daarop “Grote Volkstoeloop” stond daar eigenlijk maar wat verweesd te staan, want meer volk dan ons zessen was er niet te bespeuren.


Niet veel verder, wachtte de Gapenberg al op ons, niet echt een col buiten categorie maar door de weersomstandigheden was iedere inspanning er één te veel. Gelukkig kon er eerst nog wat ballast worden afgeworpen aan een klein bosje, waar tijdens onze plaspauze vier mountainbikers onze rust kwamen verstoren. Van gans de heenrit ziet ge amper een andere fietser op de weg, ge pakt een sanitaire stop op een rustige plaats, en patat, ze zijn daar é. Maar we zijn allemaal nogal sociaal-plassers en doen dan ook ons begonnen gevoeg gewoon verder.


Bleek iets later dat wij wel heel kort bij café Berghof in Steenhuize-Wijnhuize passeerden, op amper 50 meter, maar we moesten begot afslaan voor de kerk. Dat is zoals een ezel een wortel voorhouden zonder dat hij er uiteindelijk mag in bijten. Ter compensatie kregen we daar één of andere helling op de Korrestraat voorgeschoteld waar we drie weken geleden nog af mochten fietsen. Dat was tenminste plezant. Maar goed, afgezien van de regen en de vettigheid was het wel een heel schone rit. Bovendien hadden wij op de terugweg de wind vooral in de rug. Ook het fietspad met de naam “Tramzate”, dat in de buurt van de Witte Hoeve in Sint-Lievens-Esse begint of eindigt, ’t is te zien van waar ge komt, en bijna drie kilometer bergaf gaat, was een welkom recuperatiemoment. Het deed ons zelfs terugdenken aan de Ravel van de Hoge Venen naar Spa die we ooit namen, waarbij we zeker 20 kilometer zacht bergaf reden zonder amper te moeten trappen.


Aan het voetbalplein van VC Ressgem Herzele moesten we noodgedwongen halthouden ingevolge een wolkbreuk en moesten de regenjacks “vaneir” worden aangetrokken. Aan, uit, aan, uit, het begon routine te worden. Ondertussen liep het water al tot in de schoenen, zelf bij Jos met zijn “overtrekkerkes” over zijn schoenen. Ook de bilspleten leken weer kolkende rivieren waarop men niet kan raften doch wel ruften! En zoals het zo plots begon, was het plots ook weer gedaan, hoewel we al nat waren tot op ons naakt vel!


Via Borsbeke, Burst en Bambrugge ging het nog naar Erpe-Mere waar we nog eens de natte kasseien van de Gotegem kregen voorgeschoteld. En in plaats van dan recht naar Aalst te trekken, zat er nog een lus in rond Haaltert. En op Terjoden, in de Broeder De Zwaeflaan, sloeg het noodlot toe. We waren al een ganse rit gespaard gebleven van schuivers of valpartijen maar hier schoof Thierry plots onderuit. Even bleef hij verweesd op de grond zitten, de zonnebril scheef op het aangezicht, niet beseffend wat er net was gebeurd. Gelukkig hadden de achterkomers hem net kunnen vermijden of het zou een massale valpartij geweest zijn. Uiteindelijk bleek de schade beperkt met geschaafde kneukels en drie gaten in de nieuwe “eventvest”. Maar geen, erg er staan toch foute sponsors op. Wouter die zich eerder op de rit had opgegeven om de vest van Thierry over te nemen als deze een nieuwe zou krijgen, was plots wel wat minder enthousiast. Door die gaten was de vest dan ook niet meer “Wouterdicht”! Ja zelfs in onze miserie maakten we nog grapjes!


Gelukkig verliep de rest van de rit nog zonder incidenten, er werd dan ook wel wat voorzichtiger gereden en hier en daar werden de billen nog dichtgeknepen. En over billen gesproken. Bill en Els zouden de flandriens nog een bezoekje brengen in het lokaal, maar daar kan ik u niks over vertellen aangezien een nakend eetfestijn mij noopte om onmiddellijk huiswaarts te keren. Wellicht likte Thierry figuurlijk zijn wonden en verdoofde hij zijn pijn met ontsmettingsalcohol Voor meer après verhalen verwijs ik met graagte naar volgende week!

El Churto